“Quizvraag: wie was Paul Breitner? (je mag niet googlen)”. Ik zat met vriendinnen in Bar Breitner en exact deze vraag appten we naar een paar mannen. Niemand die het wist. Antwoord: Duitse voetballer die de gelijkmaker scoorde in de WK finale van 1974 tegen Nederland. Dé verloren finale voor ons. “Okeeej, hóezo zit je dan in een tent met die naam?’ was de volgende vraag. Ik ga het je vertellen.

Vorige week vrijdag trotseerde ik belachelijk veel regen en windstoten voor mijn eetafspraak bij Bar Breitner aan de Van der Palmkade. Het zit een beetje verstopt tussen flatgebouwen en niet echt aan een doorgaande weg, dus een dappere plek om iets te beginnen. Maar toen ik hoorde dat ik absoluut moest reserveren, maakte ik me al geen zorgen meer.

Als je weet dat Bar Breitner van dezelfde ondernemers is als Huf, Le Patron en Bar Paul, dan doe je je regenpak om de hoek alvast uit, want dan is zeker: “die tent is hippe shit”. Toch nog een beetje verwilderd kwam ik binnen en zag daar meteen mijn liefste vriendinnen aan tafel met een fles wijn. Een fijner moment ken ik bijna niet.

Het restaurant heeft houten tafels met een linnen lopertje, aan de muur hangen geinige bureaulampen en de stoelenherkenden we van onze middelbareschooltijd. Veel kaarslicht en borden uit de jaren ‘70 , denk ik (?) met leuke bruine randjes. En dan de wijnglazen. Ik geloof één van de fijnste soort glazen die ik in een restaurant heb gehad (en dat zijn er een hoop, hoor). Geen mega hoog pootje, en toch een heel diep glas. Snap je? Sorry, moeilijk om uit te leggen.

De kaart is niet Duits, maar Frans. Gelukkig. We bestelden als voorgerecht charcuterie, tabouleh, salade Nicoise en een rouleau van seizoensgroenten. Alles om te delen en alles ging schoon op. Heerlijk. Als er ergens steak tartare op de kaart staat, dan is de kans groot dat ik die bestel, dus dat koos ik als hoofdgerecht. Fijn dat ik de uitjes, augurkjes en kappertjes er zelf doorheen mocht mengen. Daar houd ik van. De dunne knapperige frietjes en verse groenten kregen we in grote porties in zilveren bakken. Alles werd geserveerd door een leuke, alleraardigste, jonge bediening. Zo aardig dat zelfs bij het vragen van een sigaretje, er binnen no time eentje voor m’n neus lag.
Als toet een simpel lekker kaasplankje en zo’n chocoladecakeje waar de warme choco perfect uitloopt als je ‘m open snijdt. De sfeer zat er goed in, dus we bestelden nog sambuca en gin tonic met komkommer. Allebei mijn lievelings.

Wiebelend en ontzettend tevreden naar huis. Sorry mannen, Paul Breitner of niet, maar dit wordt toch echt een nieuwe hangout. En al helemaal in de zomer, want dan komt er een giga leuk terras.
Dat sigaretje heb ik trouwens tien keer opnieuw in mijn mond gestopt, maar -het was lastig, toch uiteindelijk niet aangestoken. Een van mijn goede voornemens voor 2015. Yep, ik rook(te). Ik zei toch dat ik een wannabe fitgirl ben.

BAR BREITNER