Fun & Famous

6 DINGEN DIE JE MOET WETEN VOORDAT JE EEN HOND NEEMT

Wel-of-niet-een-hondje-nemen

Ja, ik geef het toe. Ik heb een ziekelijke adoratie voor mijn hond. Niet dat ik hem Diamond Baby heb genoemd (zoals de nieuwste chihuahua van Paris Hilton) en hij een halsband heeft van krokodillenleer. Welnee, Paris is een amateur vergeleken bij mij. Mijn hond heet Royal Desire Flaming Star en vindt zelf ook dat hij van adellijke afkomst is. Roy (voor intimi only) heeft een pesthekel aan andere honden, en vooral aan puppies, wat echt een beetje gênant is soms. Verder heeft hij één Noorse hondentrui die hij niet echt graag draagt en was ik hem altijd met Aveda-shampoo. En sinds kort heeft hij ook een eigen Facebookpagina. Gewoon omdat het leuk is om een beetje hysterisch te zijn.

Ik zou dan ook niet durven beweren dat ik heel veel verstand heb van honden, maar wel een beetje natuurlijk. En daarom heb ik een paar handige weetjes opgesteld voor iedereen die overweegt een hond aan te schaffen. Of voor iedereen die er misschien al één heeft.

 

1.     Neem alleen een hond als je veel bij hem kunt zijn

Natuurlijk, je kunt een uitlaatservice inschakelen en al die dingen. Maar wat heeft een hond eraan om de hele dag verder alleen te wachten totdat jij eindelijk een keer thuiskomt? Een hond is een roedeldier. Hij begrijpt er geen jota van als hij niet mee mag. Wat dat betreft heb ik het geluk dat ik grotendeels thuiswerk. En op de dag per week dat ik bij Amayzine op de redactie zit, komt mijn werkster en die laat Roy ook meteen even uit. Op zich kan een hond prima een paar uur alleen zijn, maar als je overdag de hele dag hebt gewerkt, durf je toch ‘s avonds bijna niet nóg een keer weg? Wat dat betreft is een hond best een handenbinder. Onderschat dat niet.

 

2.     Als je veel reist, is het misschien niet zo’n goed idee om een hond te hebben

Daar loop ik zelf dus heel vaak tegenaan. Omdat ik niet aan vakantiedagen gebonden ben en overal ter wereld kan werken, reis ik zo veel als ik kan (en wil, want thuiszijn is ook heerlijk). En dan moet ik altijd weer iets verzinnen met meneer Bosmans (een van zijn troetelnamen, afgeleid van rooibos, en dat is weer afgeleid van Roy). Ja, je kunt je hond ook meenemen in het vliegtuig, maar de mijne is net te zwaar om in de cabine te mogen en ik vind het iedere keer een drama als het arme beest in het ruim moet. Dus als je een hond neemt en veel op reis bent, neem dan een hond die minder dan 6 kilo weegt en dus in zo’n tasje mee mag.

 

3.     Iedere keer als je hond niet doet wat je zegt, leer je hem om niet te luisteren

Dan zo’n hond opvoeden, ook een heel gedoe. Sommige honden hebben een enorme ‘will to please’. Die willen niets liever dan jou gelukkig maken en hebben daar alles voor over. Mijn eigen froufrou heeft meer het karakter van een poes. Die doet alleen iets als hij zelf het belang ervan inziet. Wat ook niet helpt: hij is niet zo geïnteresseerd in eten, dus probeer hem dan maar een pootje te laten geven. Ik ben bovendien zelf niet zo van het dominante type. Daarom heb ik maar een paar regels, zodat het voor mijzelf ook goed te hanteren is: dat hij op de stoep moet gaan lopen als ik het zeg, en dat hij stil moet staan als ik het zeg. En als ik het zeg, dan móét hij dat ook echt doen. Want iedere keer als je hem weg laat komen met ongehoorzaamheid, leer je hem dat het geen probleem is als hij niet luistert.

 

4.     Koop goed voer

Supermarktvoer is goedkoop, maar regelrechte zooi. En voor je hond is het net zo belangrijk om gezond te eten als voor jezelf. Ik heb echt verschil gezien in levendigheid en kwaliteit van de vacht van Roy toen ik overschakelde op een ander merk. En dat zijn de dingen die je kunt zíen, wie weet wat er allemaal aan de binnenkant gebeurt. Je wilt dat je hond gezond oud wordt, dus investeer in kwaliteitsvoeding. Ga naar een goede dierenwinkel en laat je adviseren.

 

5.     Een puppy is net een baby

Dat moet je dus niet onderschatten. Het kost heel veel tijd en energie om zo’n beestje zindelijk te krijgen en op te voeden. Bovendien weet je niet hoe het karakter is. Want ook al ben je nog zo’n Martin Gaus, sommige karaktereigenschappen zitten er gewoon in. Mijn Bosmans is heel druk als ik hem buiten de deur meeneem. Hij gaat rondrennen en overal aan ruiken, zelfs nu hij al de middelbare leeftijd heeft bereikt. Ongetwijfeld zou je dat met veel discipline eruit kunnen krijgen, maar zelf vind ik dat hij mag blijven zoals hij is (mits hij op de stoep gaat en stilstaat wanneer ik dat zeg natuurlijk). Als je dus niet zo’n held bent in de opvoeding of je wilt graag een hond die van zichzelf rustig is of waaks of wat dan ook, neem dan een hondje dat wat ouder is.

 

6.     Neem géén rashond

Moet ik zo nodig zeggen met mijn King Charles Spaniel. Maar daar heb ik dus spijt van. Als ik acht jaar geleden had geweten wat ik nu weet, was ik lekker naar het asiel gegaan of had ik een asbakkenhondje van Marktplaats gehaald. De meeste hondenrassen zijn enorm doorgefokt. Zo is dat platte snuitje van mijn Rooibos heel schattig, maar in wezen is het een botziekte dat in het ras gefokt is. Veel rashonden hebben medische problemen door inteelt. Problemen met de knieën en heupen zijn heel normaal. Sommige hondenrassen hebben zelfs een te kleine schedel voor hun hersenen, omdat het er zo schattig uitziet. Ook worden de teefjes van populaire hondenrassen vaak net iets te intensief gebruikt. En dat is zielig.