Fun & Famous

MAY MIST ALBERT

“Dit is echt een spekkie naar jouw bekkie.” Collega H. had een vers baantje voor me geritseld voor na de zomer. Je moet weten dat als je bij tv (niet-tv-mensen zeggen trouwens ‘bij de tv’ maar dat moet je dus nooit doen wil je een beetje indruk maken) werkt, je eigenlijk een seizoensarbeider bent. Tien maanden heel hard werken, dan twee maanden in opperste staat van luiheid en dan weer nieuwe ronde, nieuwe kansen. En het is altijd spannend wat je dan na de lange zomer weer gaat doen.

Dit keer ging het om een nieuw, dagelijks programma voor RTL4 dat in de vooravond zou worden uitgezonden. Vast stond dat de onderwerpen verdeeld konden worden in de hoofdstukken celebs, royalty, crime en mode en dat de presentator elke dag én de naam van het programma én zijn eigen naam zou moeten zeggen. Wie die presentator zou worden was nog totaal onbekend. De toenmalige directeur van RTL4 laveerde ergens tussen Viola Holt links en Margriet van der Linden rechts en alles wat daartussen zat.

Voor de vaste entertainmentdeskundige die elke dag zou aanschuiven werd maar een naam genoemd. Albert Verlinde. De enige optie. Hij zat nog bij SBS6, maar niets zo duur dat het niet te koop is, dus zo kwam het dat ik als eerste eindredacteur van RTL Boulevard op een zonnige zomerdag werd voorgesteld aan Albert Verlinde.

Zoals dat gaat bij een opstart, krijg je een veel hechtere band met je collega’s dan wanneer je aanmonstert op een reeds varend schip. Ik nam dat vrij letterlijk, want mijn collega-eindredacteur is inmiddels de vader van mijn drie dochters, maar ook met Albert en Beau deelde ik meer dan met welke andere presentator waar ik ooit mee werkte.

Ik bekeek de videoband (jawel, those were the days) met de trouwvideo van hem en Onno, ging naar elke première van zijn musicals (en dat waren er veel en ze waren ook altijd beneden de rivieren), ik ontmoette zijn ouders en was chef snuffelstage van zijn nichtje. Mijn ochtend begon met Albert. Nou ja, niet helemaal, maar hij was mijn vaste halftienmoment. Dan was ik al om half acht ’s ochtends in de weer met de ochtendkranten en het evalueren van de uitzending de dag ervoor. Om half tien uur sharp belde ik Albert of hij belde mij. “Bel je me even terug?” was dan zijn standaard vraag. Hij was wel goed, maar niet gek en diep in hem leefde een zuinige, Brabantse jongen die zich bewust was van de waarde van geld en dus ook van de kosten van onze dagelijkse telefoontjes.

En dat was een van de dingen die Albert zo geknipt voor de baan maakten. Hij bleef geworteld en dicht bij de mens. Hij voelde wat die vrouw uit Breda ’s avonds wilde horen. Hij begreep hoe een gezin voelde op dat moment van de dag. Hij kon publiek verdriet verwoorden zoals toen er een auto op Koninginnedag op de massa was ingereden. Of na de ramp met de MH17. Hij maakte nieuws klein, behapbaar.

En ja, hij kon zonder schroom mensen bevragen. Of ons op iemand afsturen. “Ik heb gehoord dat die en die ernstig ziek is, kunnen jullie eens bellen?” En als we dat weigerden, deed hij het zelf. Want hij rook nieuws en hij wilde het als eerste vertellen. Dat betekende niet dat hij geen geheim kon bewaren. Ik weet het uit de eerste hand toen een actrice ernstig ziek was. “Mijn ouders weten het nog niet eens, wil je het alsjeblieft voor je houden?” En dat deed hij dan. Als ze hem wel beloofde dat hij het als eerste mocht brengen. Dat dan weer wel.

Die mix van het menselijke, het tot het uiterste gaan voor een nieuwtje, het slimme, het alerte en het gewone, dat maakt Albert uniek. En ik zal hem vanaf maandag ontzettend missen. Elke dag weer.