Travel & Hotspots

on the road

renault

Er is een vakantievorm die ik nog fijner vind dan, wat zal ik eens noemen, business class naar New York vliegen. Of first class naar Los Angeles voor mijn part. En dat is deze. Geef ons een auto (oké, wel een beetje een knappe als het even kan), een mobiele telefoon en een boekje met bed & breakfast in een bepaald land. Volle tank, playlist in de aanslag en daar gaan we. Dove ci porta il vento, zeggen de Italianen. Vrij vertaald in het Amsterdams: zoals de wind waait, waait mijn rokje.

 

Nu waren we ineens met z’n tweeën, hadden we drie dagen voor ons en kreeg ik deze fonkelnieuwe Renault Talisman onder mijn billen geschoven. Dat schreeuwde allemaal één woord: roadtrip.
Oké, de eerste locatie had ik geregeld. Dat lijkt misschien niet zo avontuurlijk, want we wisten dus van tevoren waar we zouden slapen. In een vijfsterrenhotel nog wel. Maar ik was nog nooit in het plaatsje Cabourg geweest en bovendien bleek dat stiekem toch drie uur langer rijden dan we hadden gedacht. En we wilden op tijd zijn voor de finale van het EK, dus wat ons betreft avontuur genoeg. De Talisman op cruise control (adaptieve hè, adaptieve, sla daar je schoonvader maar eens mee om de oren tijdens de barbecue morgen) en daar gingen we.
De valet parker (wat in Frankrijk zo heerlijk een voiturier heet) stond al te trappelen om deze auto even weg te zetten. Hij wist ook dat je met een eenvoudig knopje de achterklep kunt sluiten. Fransen en Renault hè, die wéten dat gewoon.
We wilden onze roadtrip wel een thema meegeven, een rode draad, een Leitmotiv. Dus bedachten we om een bedevaartstrip te maken langs de culturele parels van Normandië.

 

Stop 1: Cabourg

En dan vooral het Grand Hotel van Cabourg. Dat is daar waar Marcel Proust (je weet wel, dat type wiens ‘À la recherche du temps perdu’ ongetwijfeld op je leeslijst Frans stond maar waarmee je het sowieso met het uittreksel hebt gedaan). Ik weet niet of het het goddelijke diner was of het glas Calvados als toetje of die ontspannende massage in de spa van het hotel, maar ik sliep alsof ik zelf ook op zoek was naar mijn verloren tijd. Ik schrok er gewoon van.

 

Stop 2: Deauville

Je moet weten (of misschien weet je dat al lang, doe dan maar gewoon vrolijk verbaasd verrast) dat wat The Hamptons voor New Yorkers is, Deauville is voor de Parijzenaars. Rijk en uit Parijs? Dan breng je de zomers en weekenden door in Deauville. Of in ieder geval in Normandië. Niet zo gek dat Coco Chanel haar allereerste winkeltje in Deauville opende. Daar moesten we dus naartoe bedevaren. Ingetoetst op die riante boardcomputer en daar ging onze Talisman. En route.

Twee dingen die me van het hart moeten. Want Deauville is prachtig en chic en bijzonder en alles, maar a. er is dus geen Chanel-winkel meer te vinden daar (kan iemand me vertellen waarom niet? Wel Hermès en Vuitton, maar geen Coco?) en er is geen standbeeld voor mademoiselle. Alleen een kleine etalage waar staat dat Coco daar ooit haar eerste winkel opende. Ik denk dat ik er een projectje van ga maken. Geef Coco dat standbeeld. En snel een beetje.

 

Stop 3: Honfleur

De impressionisten en Erik Satie, allemaal kwamen ze uit of naar Honfleur voor de inspiratie. Dit is een vissersdorp zoals je het zou tekenen. Ik kocht er de echte klassieke marinetrui van Armor-Lux. Coco zou trots op me zijn geweest. En dan wist ze het nog niet eens van dat standbeeld dat eraan komt.

 

Stop 4: Granville

Daar komt Christian Dior vandaan, en mijn Dior-tas dus ook die is vernoemd naar zijn geboorteplaats, en bijna alle Dior-producten verwijzen naar of grijpen terug op zijn geboortegrond. Het grijs van Dior (denk even aan de luiken van zijn boetiek aan de Avenue Montaigne) komt door het grijs van de verweerde luiken van de huizen van Granville. En de roos die kon groeien op de rotsen, die verwerkte hij in een crème. En een van zijn iconische tassen heet dus de Granville. Daar moesten we even heen. Autootje geparkeerd, oester geslurpt en door.

 

Stop 5: Le Mans

Als we dan toch deze Renault-trofee onder de bips hadden, dan wil je toch ook even planken naar Le Mans. Daar is het circuit namelijk voor een deel openbaar. Ik zal je zeggen; Talisman en ik voelden ons er helemaal thuis.

 

Stop 6: De supermarkt

Voor olijfolie, bouillonblokjes (de beste bouillonblokjes vind je in een Italiaanse of Franse supermarkt), Bretonse boter (met zoute schilfers… goddelijk is een understatement) en de beste pasta. Alles om ervoor te zorgen dat we nog heel lang aan deze roadtrip worden herinnerd…