Happy & Healthy

SMILE… EENS EEN KEER NIET

Ken je dat moment waarop je een foto neemt met z’n allen? Je gaat naast elkaar staan en degene die de foto neemt staat voor jullie met een iPhone in de aanslag. En dan gebeurt er altijd iets geks. Iedereen houdt zijn adem in en… glimlacht (tenzij je Victoria Beckham heet natuurlijk). Soms duurt het best lang voordat de fotograaf op het verlossende knopje drukt en sta je daar met z’n alleen roerloos te glimlachen tot je bijna kramp in je kaken krijgt. Ook al viel er helemaal niets te lachen en sta je zelfs met mensen op de foto die je niet eens aardig vindt. Op het moment dat de foto is genomen, hoor je ook iedereen opgelucht ademhalen. Fijn, we hoeven niet meer te doen alsof.

Ik studeer haptotherapie, voor het geval ik dat nog niet had verteld, en één van de eerste dingen waar ik mee geconfronteerd werd, was mijn eigen dwangmatige glimlach. We deden een oefening waarbij je door elkaar heen moest lopen. Meer niet. En dan af en toe keek je elkaar aan. Ik betrapte mezelf erop dat ik continu naar iedereen móést glimlachen. Zo van: ‘Hallo, hier ben ik, vinden jullie mij leuk?’ Ik werd me er opeens van bewust hoe ongelofelijk veel energie mij dit de hele tijd kost. Ja, de meeste mensen vinden mij ook aardig, want ik heb een hele leuke glimlach of course en ik werk heel hard om het contact zo leuk en gezellig mogelijk te maken, maar is het altijd die investering van mijn kant waard? Kan ik ook iets minder mijn best doen en eerst even kijken naar waar de ander mee komt? Misschien wil die ander wel helemaal geen contact en sta ik me daar helemaal voor niets zo uit te sloven. Of misschien glimlach ik dwangmatig tegen mensen die dat totaal niet hebben verdiend.

‘Hallo, hier ben ik, vinden jullie mij leuk?’

Of deze: iemand vertelt je echt een heel verdrietig verhaal. Moeder is heel erg ziek, de hond is dood, een relatie net uit of baan is kwijt en al die tijd blijft die persoon dwangmatig glimlachen. Je ziet natuurlijk dat die glimlach niet echt is. Dat het slechts een paar van elkaar getrokken lippen zijn met een rij tanden ertussen, dat de ogen een poging doen tot  stralen, maar dat het niet van de grond komt. Waarom vinden we die glimlach zo nodig? Want iedereen snapt heus dat je je niet fijn voelt als je in een nare situatie zit. Waarom vinden we het zo moeilijk om gewoon te laten zien hoe we ons voelen? Namelijk: verdrietig. Of boos. Of angstig. Of hoe dan ook.

Als recovering notoire glimlacher weet ik dat ik altijd dacht dat je overal het beste van moest proberen te maken. En dat daar die glimlach dan ook bij hoorde. Ik vond dat je je niet moest verdrinken in je eigen ellende, laat staan dat je andere mensen daarmee lastig moest vallen. Je moest sterk zijn. Po-si-tief denken. Verdrietig zijn was voor de zwakkeren. En dus ging ik maar door, zei tegen iedereen dat het hartstikke goed met mij ging, probeerde mijzelf er ook van te overtuigen dat het hartstikke goed met mij ging, maar diep vanbinnen was een heel andere verhaal gaande.

Met een glimlach houd je echt niemand voor de gek. En al helemaal jezelf niet. Het enige wat een glimlach doet is jou een schijn geven van controle. Zo van: ik voel me hartstikke kut, maar ik lach nog steeds. Maar weet dat je daar helemaal niets mee opschiet. Ten eerste worden emoties pas ondraaglijk op het moment dat je ze wegdrukt.  Ten tweede raak je alleen maar verder verwijderd van jezelf en van anderen, helemaal als je de hele dag zit te faken. Zelf raak je afgestompt voor je eigen gevoelens. En je vrienden kunnen op deze manier geen connectie met je maken. Want zij zitten de hele tijd naar een soort toneelstuk te kijken. Wil je dat iemand jou steunt, dan helpt het als je niet een muur om je heen zet in de vorm van een ijzeren smile.

“Po-si-tief denken.”

Ik heb dus heel bevrijdend nieuws voor je: je hoeft niet te lachen als je niet écht hoeft te lachen. Ik daag je uit om het eens een dagje te proberen. Wees je er van bewust wanneer je lacht en wanneer niet. En wanneer het echt is en wanneer niet. Het zal je nog verbazen. Mijn leraar gaf mij nog deze tip: ‘Probeer eens naar mensen te kijken alsof je naar een schilderij kijkt en kijk dan naar wat je natuurlijke reactie is. Dat schilderij vraagt immers ook niks van jou terug. Soms maakt een schilderij niets bij je los, soms vind je het ronduit lelijk en soms roept het een glimlach op.’

En dan voor mijzelf: ik moest foto’s selecteren voor www.hotelhartzeer.nl, mijn superleukeprojet met Susan Smit over liefdesverdriet en ik kwam erachter dat ik alleen maar lachende foto’s had uitgekozen, waarbij ik aan sommige foto’s kon zien dat de lach niet helemaal authentiek was. Maar toch vond ik mijzelf knapper, al lachend. Nu schijnt het dat Victoria zichzelf zónder glimlach knapper vindt en dat zij daarom zo’n ijzeren pose aanneemt. Misschien ligt zij onder dat masker wel dubbel van het lachen en dat is toch weer een behoorlijk grappig idee.