Happy & Healthy

UIT DE SERIE RENSKE & DRANK: DRIE VERSE ANEKDOTES

Uit-de-serie-Renske

Omdat iedereen zo’n fan is van mijn stukjes over dronkenschap, bij deze de drie meest rare en gênante dingen die ik heb gedaan in staat van dronkenschap. Plus natuurlijk de lessen die ik ervan geleerd heb. Ik zeg: leuker wordt het niet! Of nou ja, misschien wel, maar vandaag moeten jullie het hier mee doen.

 

1. Japanse whiskey vs De gele jurk van Vanilia 

Weten jullie de beeldige gele jurk van Vanilia nog? Nou, die is nu niet meer zo beeldig, want ik ben laatst in het fantastische restaurant Kaagman & Kortekaas zo hysterisch lam van de Japanse (!) whiskey geworden, dat wil je niet weten. Of nou ja, je wilt het wel weten, want je bent dit aan lezen. Anyways, die whiskey proefde dus naar heel bijzondere zomerse bloemetjes en ik vind: als je daar nee tegen zegt, ben je gewoon een dief van je eigen ehm, drankje.

 

Zoiets.

 

Op de terugweg had ik alles nog prrrima onder controle, tot ik compleet onverwacht met mijn fiets in het fietsstuur van mijn vriend vast kwam te zitten. Lag ik daar in mijn gele jurk met mijn wang op straat geplakt. Da’s balen hoor. Zeker op je 35e. Dan wil je niet met je wang op straat geplakt liggen. Ik weet nog hoe ik de straat in keek, vanaf de grond dus, en dat ik uit alle macht mijn beeld probeerde scherp te stellen. Want ik wou natuurlijk weten of er weldra een auto over me heen zou rijden. Gelukkig was er geen kip meer op straat. En ook geen hond. En ook geen auto. Dus ik was gerustgesteld. Waardoor ik heel even afdwaalde en moest denken aan mijn favoriete scène in The Notebook, waarin Noah en Allie ook midden in de nacht op straat liggen, en onhoudbaar verliefd worden en samen een softijsje gaan eten. Dat is de volgende dag, als ze samen door het dorpje lopen. Maar toen kwam ik gelukkig weer bij zinnen en wist ik dat ik mezelf in een iets minder gunstige situatie bevond. Mijn jurk was stuk, mijn laptop lag op straat (die zat in mijn fietskrat), er was in de verste verte geen ijs te bekennen én ik spotte opeens toch allemaal omstanders die wilden helpen. Goed bedoeld misschien, maar dat ramptoerisme trek ik dan dus niet. Dan maai ik een beetje met mijn handen in de lucht en roep ik dingen als: gaat wel, niks aan het handje, rijd maar doorrrr, hier is niks te zien, bedankt voor de aandacht, de voorstelling is voorbij, we hebben echt maar een heeeeeel erg klein glaasje gedronken vanavond, de straat is hier gewoon superslecht ingesteld op fietsers!!

 

Conclusie: ik moet een nieuwe gele jurk én ik moet weten waar ze die Japanse whiskey verkopen.

 

2. De campingbaas die ons onder tafel zag zitten

We stonden met mijn zwager en schoonzus op een kleinschalig Frans campinkje dat gerund werd door zo’n oud Frans mannetje met een baret, een snor en een versierde wandelstok. We hadden het heel gezellig en gingen ’s avonds steevast aan de zuup, maar ja toen gebeurde er wat er gebeurde. Op een avond was de wijn zomaar ineens op, en het was pas 00.30 uur. Nou, wat doe je dan? Simpel. Dan ga je gewoon op zoek naar een caravan waar nog licht brandt. Want waar licht brandt, zijn mensen en waar mensen zijn, is wijn. Zeker als het Fransen zijn. En zo kwam het dat ik opeens zwalkend in de jaren tachtig caravan van een wildvreemde Fransman stond. Die nog wel wat flesjes te koop had liggen hoor. Er volgde een gênante onderhandeling en uiteindelijk zwiepte ik vier briefjes van tien euro op zijn uitklaptafel. Voor twee levensreddende flessen vin rrrrlllrrouge. Wat een geluk! Wat een deal! Ik liep tevreden terug naar onze tent. En ik zeg het je: nooit eerder werd ik zo enthousiast onthaald. Maar het mooiste moet nog komen: het werd later en later en later en opeens hadden we de muziek keihard aan en waren we aan het praten over piemels. Dan zeg ik: dat soort dingen moet je niet doen op een klein schattig Frans campinkje dat rust hoog in het vaandel heeft staan volgens de folder. En dus kwam de campingbaas in het holst van de nacht onze kant op geschuifeld. Nou, toen zijn we dus van angst maar onder tafel (!) gekropen. Even serieus, ik zie nóg voor me hoe die wandelstok steeds dichterbij kwam. Hoe het afliep? Vraag me niet waarom, maar de wandelstok is uiteindelijk weer afgedropen, terwijl de beste man ons zéker weten gehoord heeft. Of hij was doof. Misschien was hij wel doof? Dat moet haast wel, want hij deed de volgende dag in ieder geval nog steeds heel aardig. In tegenstelling tot onze directe buren. Maar de man waar we de wijn hadden gekocht was weer wél heel aardig? Heel verwarrend allemaal.

 

Conclusie: altijd voldoende wijn meenemen op vakantie.

 

3. Over kots en plavuizen vloeren

Ik heb de ergste bewaard voor het laatst. Dat ik dit op ga schrijven, ik vind het zo erg. Maar alles voor een lach op jullie gezichtjes.

 

Ik was (heel lang geleden, echt heel lang geleden) met een groep vrienden en mijn vriend op vakantie in Zuid-Spanje. We hadden een grote vakantievilla geboekt, zo’n jongerengeval met meubels van IKEA en plavuizen vloeren. We waren flink wezen stappen en lagen er zo rond 05.30 uur kacheltje lam in. Niks aan het handje, tót mijn vriend rond 08.30 uur opeens onrustig werd. Ik dacht nog: jeetje, wat is hij vroeg actief! Maar de echte kenner weet nu wat er gaat komen. Ik hoorde een pieperig ‘Ik moet kotsen’ en zag hoe hij overeind schoot en naar de badkamer rende. Alleen, nu komt het: hij haalde het niet. Tijdens het rennen KOTSTE HIJ DE HELE GANG ONDER. Uiteindelijk belandde hij met een keiharde klap in bad en dus rende ik (ook lam) naar hem toe om te kijken of ‘ie soms gewond was. Maar ja.  Toen ben ik dus uitgegleden door zijn kots. Even serieus. Uitgegleden door zijn kots! Fok die shit! Hoe erg wil je het hebben? Gelukkig liep het allemaal goed af, want daar hebben ze douches, schoonmaakspullen, doorzettingsvermogen en onvoorwaardelijke liefde voor. Maar toch. Alcohol is a bitch.

 

Conclusie: nooit een vakantievilla met een plavuizen vloer boeken.