Happy & Healthy

‘ WAT ZEG JE DAN?’

Ik ben te beleefd

Londra-str-c-RS17-24646-2

De rij achter me groeide met de seconde. Ik wilde echt alleen even tanken, maar bij de kassa ging het grandioos mis (maar serieus). Of ik een pasje had. Nee mevrouw, ik haat spaarpasjes (zei ik natuurlijk niet). Ik zwaaide wat lafjes met mijn pinpas en de dame somde in staccato de levensgrote voordelen van dé pas op. Ik bedoel, mijn bestaan was vanaf nu niets meer waard als ik dat ding niet aanpakte. Ik voelde de groepsboosheid in mijn rug en ik griste zo snel als ik kon de toverpas van de toonbank. Dat ding achtervolgt me ever since, want de reclame over dat kreng is as we speak op de radio.

 

Mijn probleem? Ik ben denk ik te beleefd. Die dame deed haar stinkende best om mij als trouwe klant mét pas de benzinepomp uit te laten gaan en dan ben ik verloren. Ja, ik kan uitleggen dat ik nogal een slet ben als het op tanken aankomt (ik tank waar ze me willen hebben). Maar zo ’s ochtends om half acht op één bak koffie lukte het me niet om haar hoop de grond in te boren. Bij straatverkopers heb ik trouwens een truc. Ik kijk stug langs ze, als je oogcontact maakt dan sta je binnen no-time een gek verdrag te ondertekenen. En als zo’n populair ding het toch waagt en begint te ratelen, dan roep ik meteen dat ik die krant al heb, het goede doel al geld geef en ik intens gelukzalig ben met mijn hallo-frisse-pakket iedere week. Onze lokale straatrakker denkt daarom dat ik een abonnement heb op de Telegraaf, BNdeStem, Trouw, NRC.Next, De Volkskrant en kilo’s groenten eet. Maar alleen die laatste ploft dagelijks op mijn deurmat en de groenten komen van de boer. Ik ben ook altijd een soort van opgelucht als hij vraagt of ik een Volkskrantje wil. Stiekem denk ik dat hij me doorheeft.

 

“Mijn probleem? Ik ben denk ik te beleefd.”

Maar dat beleefd zijn zit diep. In een tegen-oudere-mensen-zeg-je-u-soort van diep. Die laat je trouwens ook uitpraten. En als je een vraag hebt dan is ‘ie pas compleet met een alstublieft of dank u. ‘Wat zeg je dan?’, was een mantra in mijn jeugd. Je laat iemand zijn klaagzang doen, ook al schrijf je in gedachten een boodschappenbriefje. Dat laatste koekje raak je niet aan, hell no. En precies die etiquette wortelden me aan de grond bij de juf in het benzinestation. Net als bij de lullo van het telefoonbedrijf (ik weet nu trouwens hoe ik die afwimpel) en de, net iets harder trekkende, griet bij die sample sale.

 

Zit je dan… Chronisch te laat, zonder sample-sale-score of koekje, maar mét miraculeuze spaarpas en een ingewikkelde overstapregeling naar de goedkoopste energieleverancier. En een überblije tankjuf niet te vergeten, dat dan weer wel.