category image

AL MIJN VRIENDEN HEBBEN EEN KOOPHUIS

(en een kind, hond of een stationwagen)

“Nee, nee, neeee.” En zij riep van ja-ja-ja, want ze was zwanger. Het onderhoudsvrije appartement werd ingewisseld voor een huis met tuin en carport, de dottige kleine vierwieler werd een groter model en getrouwd waren ze trouwens al. Nu doe ik net alsof dit in een weekend afgetikt werd, maar daar namen ze uiteraard wat meer de tijd voor. Sowieso al zo’n negen maanden voor de kleine koter in wording.

 

 

Nu heb ik al even een grotemensenbaan (ook al lijkt het altijd één groot feest), maar het trouwen kwam er niet van en ik trakteerde mezelf pas nog op een blitse, kleine stadsauto. Wat er dan aan de hand is? Mijn vrienden nestelen er op los. Big time. Zelfs de jolige expat in de Arabische Emiraten sloeg aan het kopen. Kind één met nummer twee onderweg. Het kleine, kekke wagentje maakt plaats voor een stationwagon mét opties. Want je klapt zo hupsefluts tien zitplaatsen voor de volgende generatie tevoorschijn, is blijkbaar extreem handig. Er wordt gediscussieerd over de draaicirkel van de kinderwagen en hoeveel jaar van tevoren je de foetus aan moet melden voor de crèche. En ik, wij? Hebben. Geen. Idee.

 

 

Moet ik nadenken over mijn pensioen? Moet ik met een caravan naar Frankrijk? Is het nog wel geoorloofd dat ik huur? Hoeveel zou ik eigenlijk kunnen krijgen als hypotheek? Voor je het weet ben je een balansplan aan het maken dat je uitgavepatroon is als de luiers ook mee moeten in de grote boodschappen. Ik word er een soort van puberaal van. Mijn vriend wilde gisteravond ineens weer dansen bij Jansen (dat was vroeger zo fout dat het goed was). Ik doe aan een staakt-het-koken en op dit moment overweeg ik al mijn post ongeopend in een la te frisbeeën (grapje, dat deed ik sowieso al). We trekken een fles wijn open op de maandag. Dat soort grollen.

 

 

En nu vraag ik me af of ik de enige ben. De dertiger die maar niet serieus wil worden. Haar shit gewoon even wat minder gestructureerd together heeft als de rest. En dat dan ook nog eens bijzonder aangenaam vindt of lekker. Want dat is stiekem gewoon zo. Ik vind het een verademing dat ik morgen mijn huur op kan zeggen, mijn kleine maar fijne voiture in ieder parkeervak past, ik (in theorie hoor) kan dansen bij Jansen, niet nadenk over het leven na mijn zevenenzestigste of langzaam gewurgd word door een hypotheek. Geef toe, dat klinkt toch niet onaangenaam?

 

 

Ach, weet je wat het is? Voor mijn huizenkopende vrinden ben ik vermoedelijk het schoolvoorbeeld van hoe ze het nooit meer willen, terug naar af, dus wat zit ik me nou weer op te winden? Iemand moet van het afgedwaalde, niet uitgestippelde soort zijn en ik ben het met alle, alle, ALLE liefde. En zij zijn thank god de allercoolste gesettelde vrienden op aard.