category image

ALS JE VRIEND GEEN KINDEREN WIL

Onze liefde ontstond op een oprit aan de andere kant van de oceaan. Reston, Virginia, om precies te zijn. Ik was totaal niet op zoek naar vlinders en al helemaal niet naar die van het Amerikaanse soort. Toch krijg ik het blijkbaar altijd voor elkaar om voor de lastigste situatie te kiezen. Al had ik er achteraf voor getekend als het daarbij gebleven was. Want wat is nou afstand? Liefde overwint alles, zeggen ze. Helaas heb ik ervaren dat dat niet zo is.

De afstand was het niet, en ook de veertien jaar leeftijdsverschil was iets dat we voor lief namen. En zeker in het begin was onze relatie één groot feest. De reisjes naar Amerika en binnen Europa, dan weer naar California, dan weer het vliegtuig naar Phoenix, Arizona en uiteindelijk samen als expats naar Londen. Mr. X reisde veel voor zijn werk en ik reisde achter hem aan. En door mijn XL portie wanderlust vond ik dat maar al te avontuurlijk. Zeker in de eerste jaren was het alleen maar hoteldebotel genieten van alle positieve dingen in onze grenzeloze verliefdheid (die jetlags zijn terror maar hé, je kunt wel raden hoe het weerzien keer op keer was). We maakten samen de mooiste reizen en toch waren we het liefst thuis. Gewoon, op de bank, met een zelf in elkaar gedraaide pasta en een fles wijn op het piepkleine balkon, waar we de hele avond konden kijken naar de vliegtuigen die overvlogen. Hij woonde zo ongeveer naast het vliegveld, de plek waar onze hoogste pieken en diepste dalen plaatsvonden. We droomden dan ook van een thuis in Amerika én een plekje waar mijn wortels lagen.

En toen kwam het moment dat mijn eierstokken langzaam begonnen te rammelen. Want waar menig vrouw droomde van een carrière, droomde ik van kinds af aan al van poepluiers en was het de bedoeling dat ik tenminste vóór mijn dertigste met een babybump zou rondhuppelen. En daar kwam het gevoelige onderwerp ineens ter sprake. Zomaar, op een vroege zondagochtend waarop we genoten van het ontwaken van onze lievelingsstad, onder lakens van Egyptisch linnen in een poepchic hotel downtown San Francisco.

De kinderwens.

Want waar Mr. X in het prille begin nog meedacht over de naam van onze toekomstige dochter en over de rits aan paspoorten die het kleine meisje zou krijgen (hij had zowel een Brits als een blauw paspoort), zag hij onze toekomst ineens kinderloos. Hij had genoeg aan mij, aan ons avontuur. Het gevoel waarmee je op dat moment wordt overvallen is niet te beschrijven. Het is een niet te rationaliseren onderwerp en een ander argument dan ‘ik wil het gewoon heeeeel graag’ of: ‘ik wil het niet’ is er niet. Uiteindelijk heb je natuurlijk allebei evenveel recht om wel of niet een kindje te willen. Hoe pijnlijk het ook is, wint degene die het niet wil bijna altijd. Al vind ik winnen niet het goede woord. Uiteindelijk verlies je allebei.

Elkaar loslaten omdat je niet meer van elkaar houdt of omdat één van de twee de liefde bij een ander vindt is uiteindelijk een kwestie van leren accepteren. Maar elkaar moeten loslaten terwijl je nog intens van elkaar houdt en eigenlijk niets liever wil dan samen een toekomst tegemoet gaan, voelt als een messteek in het hart. Want dat gebeurde. Ik keerde terug naar mijn wortels. Alleen. Of eigenlijk, niet alleen. Ik zie me nog staan bij de douane, de tranen over mijn wangen, en in plaats van een beginnend buikje had ik een gebroken hart.