category image

SAMENWERKING

AUTO VOOR MODEMEISJES

Ik stond in een vrij lange rij bij de koffiedesk van uitgeverij Sanoma, de plek voor de beste latte van het land. Kost een vermogen en een shitload calorieën, maar dan had je ook wat. En oh ja, ook minstens zeven minuten wachttijd, want je was nooit alleen in je koffiequeeste.

 

Aan het begin van de rij stond een wat linksgedraaide collega die ik zo-even nog in de parkeergarage had getroffen waar ik mijn, het moet gezegd, wat omvangrijke bolide tussen de betonnen pilaren probeerde te manoeuvreren. Ze draaide zich om en richtte zich tot mij. Met minstens zeven mensen tussen ons in riep ze op duidelijke toon: “May-Britt, waarom heb jij zo’n grote auto?” Ik denk dat ik een wenkbrauw op heb getrokken en het een beetje weglachte. Maar ze ging door. “Maar wáárom?? Zo groot?” Ik vond het wat onzinnig om temidden van alle toehoorders uit te leggen dat we twee kinderen hadden en één op komst, dat kinderwagens veel ruimte innemen en we veel verbouwingen achter de rug hadden waarbij deze MPV zich perfect leende om bouwmarkten af te schuimen, maar ik keek met een blik van: waar heb je het over?

 

Toen dat nóg niet genoeg was en ze, inmiddels met haar cappuccino in haar hand, naar me toe kwam en de waarom-vraag nog maar eens stelde, had ik er genoeg van: “Zo’n grote auto kleedt zo lekker slank af.”

 

Toch heeft deze pandgenote een zaadje geplant. Dat krijg je met die groene types. Die auto was natuurlijk een dieselslurper van heb ik jou daar. Niet heel eco en niet goedkoop bovendien, maar verder dacht ik er niet over na.

 

Tot vorige week, toen ik de Renault ZOE (spreek uit Zoé, juist; net als de dochter van Lenny Kravitz. ‘Flowers for Zoe’, heb je daar ook zo bij gehuild of hebben we nu een generatiedingetje?) twee dagen mocht proberen. Vijfdeurs heus, maar heerlijk compact met een hoge ‘wat schattig’-factor. En elektrisch dus. Hartstikke elektrisch. “Je hebt nog 290 kilometer aan batterij, dus je hoeft niet te laden,” zei collega Annick die de auto voor me had gehaald. En dat ik het niet gek moest vinden als ik niets hoorde bij het starten.

 

Het was goed dat ze dat had gezegd, want het blijft een aparte ervaring dat je start en niets hoort. Maar dat klopte. In opperste staat van zen zoefde ik naar de Cornelis Schuyt waar een geweldig paar oorbellen op me wachtte. Natuurlijk geen parkeerplek to be found, want het was mooi weer, de terrassen zaten vol en iedereen had zijn bolide, ja, ook veel van die joekels, voor de deur geparkeerd. Dan maar een blokje om en ja hoor, daar gebeurde het. Twee vrije plekjes. Voor elektrische auto’s. Waar je normaal geïrriteerd gas geeft als je ziet dat het een oplaadpunt betreft en jij er niet kunt parkeren, zei ik nu iets van ‘yes’ en ‘deze auto moet ik’. Want helemaal zen, wendbaar, rijdt lekker vlot, altijd plek, geen benzinekosten en verdraaid goed voor je imago.

 

Wil je meer weten over de volledig elektrische Renault ZOE? Klik dan hier.

Bewaren