DE FASES VAN EEN KATER


Eigenlijk wilde ik het met je hebben over Hema, want iedereen vindt daar iets van. Maar het weekend werd ingeluid op mijn lievelingsjachthaven met een pan mosselen en een fles wijn. Die fles liep wat uit de hand en nu heb ik een kater. Het was niet eens een giga hoeveelheid, maar ik ging van wijn naar witbier naar wijn en dat weet je het wel. Maar alsof ik een complete wijnkelder soldaat heb gemaakt, de allesbehalve charmante variant. Dat je ogen zo dichtgeknepen zitten dat mijn lievelingskok (die met Aziatische roots) vraagt of ik familie van hem ben. Zo’n kater. Daarom hou je mijn uiteenzetting over de genderkwestie van de Hema van me tegoed, ik voel ‘m niet zo vandaag. Sterker, ik voel heel andere dingen. Die je vast herkent als je te diep in het glas hebt gekeken.

 

Oh, kleine disclaimer. Ik lijk vandaag in het niets op dat frisgewassen en uitgeslapen exemplaar hierboven op de foto. Dat je het even weet.

 

1. Waarom word ik wakker? Waarom doet mijn lichaam zoiets geks? Och, griebels. De boot draait (ik sliep trouwens op een boot, niet dat je nu denkt: huh, welke boot of wat voor fout Hangover-script lees ik hier?). Zure swirl in de maag, bonkend hoofd, dubieuze smaak in mijn mond. Ik. Drink. Nooit. Meer.

 

2. Roept klagelijk naar vriend om water, zeeën aan water. Geef me paracetamol, geef me een grootverpakking Rennies, misschien kan een emmertje ook geen kwaad. Ik wil nooit meer opstaan.

 

3. Oh meine lieben, ik moet opstaan. Misschien moet ik de boel gewoon even lozen. Voel ik me vast frisser van. Nee, toch maar niet lozen, dan blijf ik me zo voelen. Oh, ik ben zoooo misselijk.

 

4. En dan ineens houdt je lichaam je gewoon voor het lapje. Want het geeft je de hoop dat het wél goed komt. Je hebt een kortstondige opleving waarin je ineens jus d’orange gaat drinken. Liters, want hele, hele erge dorst. En je smeert boter op croissants en plempt daar eieren, ham en kaas op.

 

5. Maar vijf jus d’oranges later blijkt dat dan weer niet zo’n goed idee. Als in: nóg misselijker. Eigenlijk zou ik ook water moeten drinken, met paracetamol, maar m’n maag protesteert nu al tegen de paracetamol die mogelijkerwijs in mijn keel zou kunnen blijven hangen. Dan maar koffie.

 

6. BEN IK NOU HELEMAAL GEK GEWORDEN? Koffie, bah. Wat dácht ik in hemelsnaam?

 

7. Ik moet fruit, fruit is goed. Fruit maakt mijn leven beter. Van fruit word ik de betere versie van mezelf. Vanaf nu eet ik alleen nog maar fruit.

 

8. Man man man, wat heb ik zin in een kroket. Of een hamburger met zo’n laag cheddar. Of zo’n Cuban sandwich uit de film Chef. Vanaf dit moment beland ik in een stadium van oneindige snaaitrek tot ik weer naar bed ga.

 

9. De mist lijkt op te trekken uit mijn bovenkamer. Het daglicht doet eigenlijk ook niet meer zo’n zeer. Mijn gezicht blieft wel een make-upje. Ik grom en grauw wat minder naar alles wat beweegt. Dit zou best nog een prima dag kunnen worden. Met een incidenteel klein boertje af en toe, want mijn maag is het nog steeds niet helemaal eens met de inhoud.

 

10. Ik herstel. En eerlijk, met een kater ben je toch ook stukken grappiger. Flauw, melig, niet serieus, giechelig. Wanneer weer?

 

Cheers to the weekend.