category image

Lief (toekomstig) huis

Lief (toekomstig) huis,

Je weet het nog niet, maar ik ben op zoek naar je. Ik dacht dus deze zomer te gaan krijten op mijn eigen schoolplein aan het Vondelpark met mijn nieuwe huisgenoot, maar mijn onderbuik bleef rommelen bij dat gedroom over krijtsessies en lange zomeravonden in de tuin. En jawel, mijn buik heeft altijd gelijk, want het huis is van de markt. De krijtjes die ik kocht van het lieve meisje op de vrijmarkt heb ik bij het grofvuil gezet en de bananenplantbestelling is geannuleerd.

Dus is het tijd voor een nieuw plan: dit wordt een grootschalige zoektocht naar een dak boven mijn hoofd. En ik heb nog precies 29 dagen.

En dit is waarom jouw huis mij wil:

  • Ik ben veel bij je, want naast mijn awesome werk is mijn lievelings bankhangen en samen een leuke serie kijken.
  • Ik geef geen wilde feestjes binnen jouw muren, want die zijn er genoeg op het Amayzine HQ.
  • Ik laat mijn huis altijd schoon achter mét een opgemaakt bed.
  • Stofzuigen is een van mijn hobby’s en ik zoef dus geregeld met het monster door jouw ruimtes.
  • Er liggen altijd groene blaadjes in de koelkast en van een goede fles Chardonnay ben ik ook niet vies.
  • Als je ook over een strook grond beschikt, dan beloof ik bij dezen plechtig een moestuin te beginnen.
  • Je keuken heeft nog nooit zo veel aandacht gekregen, net als je potten en je pannen.
  • Er zal altijd voldoende leesvoer in huis zijn, want ja, dat schrijf ik zelf.
  • Ik neem vijf juicers, broodbakmachines, keukenapparaten en NutriBullets mee, dus aan keukenapparatuur nooit meer een gebrek.
  • Je zondagochtend rook nog nooit zó lekker, want ontbijtjes maak ik als de beste.
  • En voor die bewoners van je is trouwens ook nog nooit zo goed gezorgd; ik schuif namelijk dagelijks de lekkerste baksels in de oven (want ik ben tenslotte Miss Baksel).
  • Bij het ondertekenen van het huurcontract zitten twee personal trainingen per week inbegrepen (ja, van een gediplomeerd persoon, hallo, ik hier).

Oh, en dit alles doe ik het liefst in mijn mooie Amsterdam. Ik werd vorig jaar hoteldebotel op haar. Mét die bijzondere inwoners, gekke streken en verdwaalde doorgerookte toeristen. Het daten met de stad deed ik in hartje centrum tussen de rolkoffers. Enorm leuk, maar de knipperende camera’s onder mijn balkon begin ik een beetje zat te raken en in het weekend pak ik dus mijn fiets om het Le Marais van Amsterdam op te zoeken. In Oud-West en Zuid zie ik mezelf wel zitten. Op de stoep met zonnebril op de neus of nog beter: met een glas wijn op een balkon op het zuiden. En hé, dat stoepkrijt is ook snel weer gekocht. Dat snap je.

Want jíj staat ergens en ik hoop dat je gauw wat van je laat horen. Zoals ik al zei, heb ik nog 29 dagen om je te vinden. Met mijn 25 dozen, énorme loungebank, vijftig paar schoenen en 150 flesjes nagellak.