Terwijl ik Blue etaleer voor het herfstachtige tafereel bij ons in de lobby van het gebouw, glijdt na een wandeling door Brooklyn mijn zonnebril langzaam van m’n neus door de hitte. Het is oktober. Hoewel het rond deze maand zeker niet koud mag zijn in New York, is het nu wel heel extreem. Dit is Indian Summer+. Waar normaal gesproken dit jaargetijde staat voor luchtige jassen en lange broeken met sandaaltjes, loopt heel New York nog net zo puffend en zwetend door de straten als toen het officieel nog zomer was. Zo ook dus Blue en ik. Hij hijgt, ik puf. En die zonnebril glijdt na een klein halfuurtje buiten prompt van de neus. Als iemand hier nog ooit durft te zeggen dat klimaatverandering een hoax is…

 


Ik kijk in de spiegel van de sportschool en zie dat ik sinds mei op een strikt dieet van niet sporten, alleen maar pasta, alleen maar wijn en heel veel burrata’s heb geleefd. Goed, dat roer gaat dus om. De Fitbit heb ik uit een hele stoffige lade getoverd, er is een nieuw supersonisch sportpak onderweg met UPS en het doel is weer terug naar keiharde buikspieren enzo. Wordt vervolgd?

 

Na wat bij de bloemen van Manhattan hangen, zijn vriendin en ik op de een of andere manier ineens beland in een heuse winkelmania, van Midtown tot Soho. Geen winkel is veilig. Iedere paskamer wordt bezocht. En uiteindelijk komt ik thuis met slechts een T-shirt en een nieuw sjaaltje. Het sjaaltje om de nek vind ik enig bij anderen, maar bij mezelf heb ik toch altijd het gevoel dat ik plots op zoek moet naar de nooduitgang. Heel lang bond ik dus die sjaaltjes om m’n tas of pols. Helemaal nadat manlief een keer aan mij vroeg wanneer de gate open zou gaan.

 

Thanks, babe. Maar goed, de herontdekking van de sjaal dus. Ik prefereer hem toch liever in m’n haar, want ik vind het toch weer veel te stewardess-vibe. Wat jullie?