Door de tuin van Roberta’s wandel ik hand in hand met liefde onder de lampjes. De tuin is nu nog leeg, maar over een uurtje zitten hier zoals altijd allemaal mensen. Onder dezelfde lampjes met karaffen rode wijn en de beroemde Brooklyn pizza’s die meer dan eens zijn erkend als allerbeste van New York. De tuin van Roberta’s is alleen niet onze eindbestemming; wij zijn onderweg naar het tuinhuis met de naam Blanca. Dit restaurant heeft een keuken, een bar waar plek is voor zo’n 12 personen en een ouderwetse speelplaat die Stevie Wonder ten gehore brengt. We eten 19 gangen en drinken 19 verschillende wijnen. En het is als nooit tevoren. Aanrader voor speciale gelegenheden of als je een verrassing voor ‘zomaar’ wilt regelen voor je liefde (zoals die van mij voor mij deed).

 


Aan de lange bar eten en drinken we. Naast ons zit een stel. Hebreeuws is de taal die ze spreken, tot de vrouw zich tot ons wendt. We raken in gesprek. En van het vaste praatje over dat we uit Nederland komen, al bijna vier jaar in New York wonen en we echt niet meer terug willen in de nabije toekomst, gaat het oppervlakkige gesprek dat we inmiddels op de automatische piloot afspelen over tot lange gesprekken over Israël. Over Brooklyn. Over New York. Over van alles en nog wat. En ineens voelen deze mensen alsof we ze al veel langer kennen. Dit is New York. Dit is wat het magisch maakt. Iedereen staat open voor iedereen. Iedereen leert van elkaar. En dit is precies een van de redenen waarom wij echt nog lang niet terug naar Nederland gaan. De vrouw vertrekt over een paar dagen weer naar Israël, maar onze mailadressen zijn uitgewisseld voor als we een keer naar Israël komen en zij weer een keer naar hier. Ja, ik hou van New York.

 


Met mijn nieuwe Zara-aanwinst in de hand, schiet ik er even snel een foto van terwijl ik aan de lijn hang met mijn zielenzuster die aan de andere kant van Amerika woont. Goedgekeurd, luidt het eindoordeel. En met haar aan de telefoon stap ik in bij de Uber- chauffeur van de avond. Ik stap uit bij 1 Hotel in Dumbo. Het telefoongesprek komt na een uur of zeven nu toch echt tot een einde en ik ga de lift naar boven in. Op het dak staat iedereen al met een wijn, een gin of een spritzer. Ik voeg me bij de club en het besef daalt in. Tjongejongejonge, dit uitzicht is nog steeds dat van ons. Cool. En trouwens dit dakterras… ook cool.

 


Na wijn kwam tequila, na tequila kwam gin, en dan is de ochtend erna zwaar. Totaal nog niet klaar voor het daglicht, staat er al een kwispelende Blue naast mijn bed. Ik mompel dat vandaag en vooral deze ochtend de baas is die ons drammende vriendje naar buiten moet laten. En nadat ik me nog even omdraai, komen de mannen thuis met precies datgene dat nodig is voor ochtenden als deze: koffie en de beste kaascroissant van Marlow & Daughters. Wat een goeie mannen heb ik toch.