category image

Valencia voor groentjes

Buenos días chicos, ¿qué tal? Hebben we elkaar een beetje gemist? Si si, ik jullie wel. Al kwam dit weekje vacaciones stiekem wel verrekte goed uit. Iets met de accu opladen, de laptop een weekje verwaarlozen en vriendlief in z’n haren kroelen. En waar kan dat beter dan in een van de mooiste stad/strandsteden van Spanje? Vamos a Valencia, baby.

Ik ben één keer eerder in Valencia geweest voor een perstrip, maar dat was een wijnreis (lees: twee dagen aangeschoten), dus om nu te zeggen dat ik er veel van herinner: not really. Tijd voor een herkansing met de Ciutat de les Arts i les Ciències, oftewel: de stad van de Kunsten en Wetenschappen. Het fijne aan Valencia? De stad kent geen échte wereldbekende grote highlights waar toeristen naartoe sprinten met hun selfiesticks. Misschien is dat wel het allerfijnste aan de stad; alles kan, alles mag, je ‘moet’ niets. Maar fijne plekjes zijn er zeker. En dit wil je doen als je een Valencia virgin bent:

Beach, please

In principe zou je Valencia binnen een dag of drie/vier prima kunnen verkennen, maar wij kozen voor een hoop billen hangen op het strand, dus in dat geval is een weekje perfect. De stad heeft drie stranden: Las Arenas, La Malvarrosa en La Patacona. De stranden lopen technisch gezien in elkaar over, te beginnen met het populairste en mooiste strand Las Arenas. Het strand aan de haven is intens breed, 1200 meter lang en je vindt er alles wat je zoekt op een dagje zandhappen: douches, toiletten, massagehuisjes en talloze restaurants aan de boulevard. Rijd wat verder door en je komt bij La Malvarrosa (net iets minder breed, net zo lekker liggen) en tot slot het rustiger La Patacona, waar vooral de locals liggen.

Doen: fietsen huren

Dacht je dat er in Amsterdam veel gefietst wordt? Ha, in Valencia lusten ze er ook wel pap van. Het is de ideale manier om de stad snel te verkennen (fiets vooral door het Turia park richting het strand), al rijdend bruin te worden en lekker mobiel te zijn. In plaats van de toeristenfietsen die je overal vanuit de stallingen kunt pakken, zou ik eerder op zoek gaan naar een fietsenwinkel, zodat je met je kontje op een degelijk exemplaar belandt. Kijk of er een Solution Bike, Baja Bikes Valencia of Doyoubike in de buurt van je hotel zit and your good.

Doen: toeristenkaart inslaan

Mocht je net zo’n kortingenkneus zijn als ik, dan wil je dit. De Valencia Tourist Card boek je voor 24, 48 of 72 uur en je krijgt bij talloze goede restaurantjes, winkels en musea korting. Daarnaast reis je gratis met het openbaar vervoer en bij een aantal restaurantjes onthalen ze je met open armen en een glaasje cava met een pincho als je het pasje laat zien. Vooral leuk voor de eerste dagen als je nog niet wegwijs bent in de stad. Fotowaardige gebouwen die je tegenkomt in de stad zijn onder andere Torres de Serranos, de Kathedraal van Valencia, Iglesia de San Martín of de Museo de Bellas Artes.

Wandelen bij Ciutat de les Arts i les Ciències

Dit cultureel-wetenschappelijk complex ken je vast van de foto’s. De futuristische gebouwen in dit complex staan totaal haaks op de architectuur van de oude stad en dat maakt een bezoek dan ook bijzonder. De witte gebouwen in combinatie met het felblauwe water en de fonteinen zijn sehr Instagram worthy als je het mij vraagt. Je kunt naar het museum, naar de bios, een beetje rondwandelen en ga ’s avonds vooral cocktails drinken bij de hippe nachtclub L’Umbracle.

Ultiem relaxen in de spa van Hotel Balneario Las Arenas

Eerlijk, dit is de natte droom van iedere luxepoes. Ik keek voor de grap even hoe duur het was om een weekje in dit hotel te verblijven, en voor het zelfde geld reis je twee maanden rond in Thailand, no shit. Wil je toch het sfeer van dit poepchique vijfsterrenhotel aan het strand ervaren (snap ik), boek dan gewoon een dagje spa. Massages, een aromatherapiedouche, zwembaden met speciale effecten, saunagangen, een ijsfontein en al spinnend en knorrend eindigen in de jacuzzi. Klinkt top. Mocht je echt dinero’s te spenden hebben, boek dan een balzaal van een hotelkamer en bel me even, deal? Vliegen ik en mijn opblaasananas meteen die kant op.

Haaien spotten bij L’Oceanogràfic

Een middagje bewolkt en op zoek naar een binnenactiviteit? Dan ga je naar het grootste aquarium van Europa. De prijs voor een kaartje is wel flink (35 euri), maar mocht je gefascineerd zijn door de onderwaterwereld, dan is dat absoluut de moeite waard. Helemaal top: ’s avonds kun je er dineren tussen de vissen in het onderwaterrestaurant.

Shoppen bij Mercado Central

Ja daag, je gaat me niet vertellen dat je naar Valencia gaat en niet langs wilt bij de beroemde markt. De foodies onder ons willen dit sowieso niet missen. Je vindt er honderden kraampjes met lokale en regionale lekkernijen. Mocht je goedkoop willen lunchen: this is the place to be. Broodjes met heerlijke pata negra of Ibérico voor een eurootje, het kan allemaal.

Chillen bij Marina Beach Club

In Valencia zijn er nou niet bijster veel hotels met awesome zwembaden. Mocht je die zandkorrels even zat zijn en ultiem hip willen doen à la Ibiza stylo, dan ga je naar Marina Beach Club. ’s Avonds kun je bij deze hotspot aan het strand keihard partyen en overdag drink je rustig je cocktailtje vanuit je beach bed. Het concept? Je betaalt 50 euro voor toegang tot de infinity pool, een immens chill rond wit bed  waarop je de hele dag kunt liggen en je krijgt daarnaast voor 30 euro aan eten en drinken gedurende de dag. Blijf er vooral hangen om ’s avonds een hapje te eten, want de sushi is out of this world.

Shit. Maar. Maar. Er is nog zóveel meer te vertellen vanuit de tapastijger in moi. Ach fuck it, weet je wat? Morgen deel 2 met alle kneiterfijne plekjes waar je moet wezen voor de beste strandlunch, sangria, paella en pinchos. ¡Hasta mañana!