WAAROM JE NIET IN EEN STERRENRESTAURANT WILT ETEN

(ik althans niet)

Vraag mijn collega M van zustersite FavorFlav.com wat ze liever heeft; een designerbag of een diner in een sterrenrestaurant en ze kiest voor het laatste. Iets wat ik geweldig vind, want ze ademt haar vak en spaart voor een avondje happen en slikken. Hoe ontzettend ik ook van eten en drinken houd, ik ben gewoon niet van team sterrenrestaurant. En daar heb ik bijzonder goede redenen voor. Vind ik zelf.

1. Het is duur

Maar echt DUUR. Voor je er erg in hebt, heb je zomaar 700 euro opgegeten. Hap, slik en weg is het. Behalve op je heupen dan.

Ja, het is een beleving en een avontuur en vakmanschap, dat ook, maar aan mij is het niet besteed.

2. Ik word misselijk

Al die hapjes, al die verschillende wijnen. Naast het standaard negengangenmenu (want als je er toch bent, ga je ervoor) komen ze ook aan met minstens vier amuses en hapjes van de chef. Ontzettend lief bedoeld, maar ik lig gistend in mijn bed. Het is me een keer overkomen dat ik dat niet had en dat was bij &Samhoud Places, maar verder…

“Mama is niet zo goed in koken en eten. Zij is beter in mode.”

3. Je moet stil zijn

Of in ieder geval een bescheiden toon aanhouden. Je eet van het linnen, hebt respect voor de chef. Een beetje rellen en rocken is in dit soort restaurants niet gepast. Bovendien moet je elke keer als de ober aan je tafeltje staat, je gesprek onderbreken en gedienstig luisteren naar wat er allemaal in het gerecht zit. Een zalfje van huhhuhhuh op een licht beslapen bedje van wadiwa met nog een dash van doe. Zo. En ik ben het al weer vergeten als ik mijn eerste hap neem.

4. Je mag niets vinden

Ik at laatst in een, oké, aspirant-sterrenrestaurant en koos het menu met wijnsuggesties van de chef. Een wijn, een nogal zware sherryachtige variant, vond ik niet lekker. Omdat ik mezelf te oud vind om dingen te eten en te drinken die ik niet lekker vind, vroeg ik om een ander glas. Toen werd de ober boos. Boos! We kregen een ‘dispuut’. Over de wijn. Want hij had hem met zoveel zorg bij dit gerecht bedacht.

5. Smaakexplosies

Alles moet bijzonder zijn, dus smaakexplosie stapelt zich op smaakexplosie op smaakexplosie. Noem me weinig culinair verfijnd, maar ik eet liever zaken waarvan ik de oorspronkelijke staat kan herleiden. En vergeef me, maar geef me een mandje brood met een bakje olijfolie en grof zeezout, een glas wijn en een paar olijven en je hoort me niet. Maar goed, deze quote van mijn dochter typeert me misschien het best: “Mama is niet zo goed in koken en eten. Zij is beter in mode.”