category image

16 Dingen die je bedenkt als de politie achter je rijdt

Ik zag ‘m heus wel op links, maar hé, dit is Amsterdam, dus daar rijdt wel vaker een politieauto. Maar toen ging ‘ie achter me rijden en volgde hij mijn pad. Een minuut of tien lang. En dan denk je dit allemaal.

  1. 1. Armen over elkaar. Oh nee, dat kan natuurlijk niet. Dat deed je vroeger bij de meester. Nu twee handen aan het stuur.
  2. Heb ik mijn papieren bij me? Rijbewijs wel, dat is ook nog eens keurig verlengd. Maar de autopapieren? Geen idee eigenlijk. Ik heb hem natuurlijk nog maar net. Klinkt dat als een valide excuus om er geen bij je te hebben?
  3. Volgt hij me nou nog steeds?
  4. Waar is mijn telefoon? Die hangt in het klemmetje dat daarvoor bedoeld is. Dat mag toch wel? Of ben ik dan ook al in overtreding?
  5. Als ik nou eens heel nonchalant mijn dakje open doe?
  6. Dan straal ik heel erg pompiedom, niks aan de hand en mijn auto is hartstikke op orde en ga nu maar boeven vangen uit, toch?
  7. Of mag dat niet? Want twee handen aan het stuur? Maar dat kan toch niet altijd? Twee handen aan het stuur? Ik moet toch ook wel eens mijn richtingaanwijzer kunnen aanzetten? Of mijn telefoon opnemen… Oh nee. Nee. Nee. Niet opnemen.
  8. Zit hij nu nog steeds achter me?
  9. Nu vind ik het niet leuk meer.
  10. Ik moet toch echt de hond aanmelden bij de gemeente voor de hondenbelasting. Zouden ze me daarom op de hielen zitten?
  11. Ik zie er toch heel keurig uit in mijn fonkelnieuwe Renault?
  12. Hebben die gasten niets beters te doen?
  13. Gaan ze hier nu ook naar rechts???
  14. Zal ik stoppen? Dan maar gewoon keihard de confrontatie aangaan. Liever dat ik weet wat er is dan zo opgejaagd worden.
  15. Ze gaan naar links.
  16. Adem uit.
BY May-Britt Mobach
Jongleert doordeweek met kinderen en laptops, vermoedt een serieuze shopverslaving en probeert lichtelijk obsessief latte- en wijngebruik van zich af te schudden door overmatig veel te sporten.
Afbeelding van May-Britt Mobach