category image

Als je bruiloft mislukt

Dit zijn de 9 ergste horrorsituaties

Tessa Heinhuis in Parijs

Bij trouwen denk je aan sierlijke jurken, zon, vrolijke gasten die al jubelend rozenblaadjes naar jullie strooien en al met al een mierzoete dag om nooit te vergeten. Ach. Jawel.

 

Je denkt minder gauw aan ruziënde gasten, dronken schoonvaders, pleurende regen of afgebroken hakken. Maar ja, ook dát kan gebeuren. Bijna is de grote dag daar dat ik met mijn hele lijf gierend van de zenuwen de liefste ‘ja’ ooit ga zeggen tegen mijn vriend. Ja, ik zeg het nog maar even, vríend, want straks is het dus mijn mán. Kun je het je voorstellen? Ik ook niet. Zelfs daar word ik nerveus van op dit moment. Hoe doen aanstaande bruiden dit, die twee weken vooraf? Het ene na het andere rampscenario spookt door m’n kop.

 

Straks vál ik over die rok als ik samen met mijn vader aan kom lopen? Straks wordt iedereen ziek van de bruidstaart? Straks heb ik een pukkel als ik wakker word. Straks heb ik griep, koorts, braakneigingen, de waterpokken. Ja, het zal wel niet, maar je wéét het allemaal maar nooit.

 

Goed. Je kunt misschien maar beter praten over héél erge situaties en over alles wat er mis kan gaan. Dan valt m’n bruiloft vast en zeker een pietsiebeetje mee.

 

Dit zijn de ergste horrorsituaties voor tijdens je big wedding day:

 

Je bent ongesteld.

Ja, sommigen zijn aan de pil en kunnen plannen. Sommigen zijn aan een spiraal en kunnen dus níet plannen. Ga maar aan de haal met tampons en allerlei verbanden die je  hopelijk niet ziet zitten in je rok. En één druppel doorlekken in je trouwjurk… Het zal je maar gebeuren.

 

Je krijgt een allergische reactie.

Ook ik ga net even twee dagen voor de bruiloft nog even langs de schoonheidsspecialist. Even mijn koppie opknappen. Alles wegknijpen, vegen en masseren en zo met een stralend gelaat naar het altaar. Tenzij je dus allergisch bent, opeens, voor een spulletje of smeersel dat je schoonheidsspecialist gebruikt. Dan ben je een tomaat. Kriebelt alles. Voel je je vreselijk.

 

Je gaat op een rode stoel zitten.

Stel, manlief houdt van auto’s en vooral van oude auto’s. Je huurt een schattige oldtimer. Zo’n leuke, rode bak, met open dak, met rode leren stoelen. Zo gaaf voor de foto’s. Maar ja, het is ook een beetje warm. En je plakt en zweet een beetje, in je witte jurk. En dan stap je uit die auto. En dan merk dat rode leren stoelen wat kunnen afgeven als het een beetje vochtig wordt…

 

Hij is lam.

Toch ook wel erg vervelend: je man is na anderhalf uur na de ceremonie al stomdronken. En hij kan amper nog met zijn gasten praten. Of met jou. En hij heeft niet meer door waar hij is. Dat hij net getrouwd is. En hij moet kosten. In bed.

 

Je hebt een koortslip.

Kun je niet wegpoetsen met make-up, geloof ons.

 

Je make-up geeft af.

Die foundation geeft toch iets meer af dan je had gehoopt en daar gaat je witte hals van je parelwitte jurk. Ga dan nog maar eens leuk doen tegen iedereen.

 

Je fotograaf heeft een off-day.

Of je fotograaf meldt zich ziek. Dan krijg je een vervanger, maar nee, niet degene die je hebt geboekt voor vierduizend euro. Maar dan… Kijk je alles terug. Zit er geen één foto tussen die je echt wauw vindt. Er zit een rare waas over de groepsfoto. Ze zijn een beetje blauw, al die foto’s op dat o zo schattige grasveldje. Het gras is blauw. Je jurk is blauw. De lucht, goed, die ook. En je kunt het nooit maar dan ook nooit opnieuw doen.

 

Je bent niet zo ondersteboven van zíjn outfit.

Wekenlang hield hij geheim waar hij graag in wil trouwen. Je mocht zijn pak niet keuren. De kleur stof niet zien. En dan staat ‘ie daar… In een veel te korte broek met een soort raar glimmend stofje. Met vreemde sokken die boven zijn instappers uit piepen. Met een gek zakje in zijn jasje. Met een vage blouse in een paarlemoerachtige lichtblauwe kleur die ‘m wat pips doet lijken. Met een gilet alsof het een tuinbroek is. Het lijkt oubollig. Het ís oubollig. Saai. Duf… Iets voor opa’s. Oei.

 

Je moet naar de wc. Heel vaak.

Je hebt buikkrampen en je hebt de hele dag een opgezette buik. Niet erg fijn zo in die strakke jurk. En dan gaat het lopen. Het gaat stromen. En je kunt zelf je rok niet omhoog tillen, want ja, daar is die te groot en te mega voor. En dus moet er een vriendin mee naar het toilet. En je moeder. Wel acht keer per uur…

 

Nee, goed, hiep hoi: ik heb er zin in hoor. Kom maar op met die dag. En als ik dan toch mag kiezen, liever die afgebroken hak dan met tampons in de weer moeten. En een parelmoer getint pak, nou ja, ik kan er heus mee leven, schat. Maar de goden verzoek ik niet. Nee.