De 10 dingen die je sowieso meemaakt als je bijna 10 jaar samen bent

Adeline Mans

Nog vijf weken en drie dagen, pin me niet vast op de seconde of het uur, maar dan ben ik tien jaar samen met mijn vriend. Tien jáár. Ik reken dus elke keer terug als ik het iemand vertel, hoe oud ik toen was, om te checken of het wel klopt. Mijn zusje was toen zeven en vandaag vertrekt ze voor een jaar naar Amerika. Dat bedoel ik, zó lang geleden is het.

 

Maar in tien jaar maak je dingen mee. Het één in den beginne, het ander tik je af als die tien jaar achter de rug zijn.

 

1. De scheet en hoe daarmee te dealen

Het per-abuisje dat per ongeluk zijn weg naar buiten vond en als het tegenzit in een doodse stilte. Je maakt dan meteen ook duidelijke afspraken of jullie wel van het motto ‘lekker laten vliegen’ zijn of niet. Wij horen bij die laatste.

 

2. Die keer dat je eerlijk zei dat je een cadeau niet mooi vond

Omdat dat kan. Hoe pijnlijk het ook is om te zeggen, maar het is nog lulliger dat je het nooit draagt, geef toe. Ik had het met een horloge ter grootte van een klok. Mijn hemel, het is officieel, ik ben een kreng.

 

3. De trouwen-kinderen-situatie

Daar heb je het over gehad. Of je wel wil of juist helemaal niet. Of je dan als slagroomsoes op komt dagen, met witte paarden onder de billen of dat je ‘ja’ lalt in een dronken bui in Vegas. Je hebt misschien al wel een samenlevingscontract afgetikt, bent aan koophuis één bezig met nummer twee onderweg. Misschien ligt er al een koter in de wieg of loop je er met een grote boog omheen.

 

4. Het trucje met de jongeheer

Eerlijk, ze kennen allemaal wel een kunstje en in die tien jaar is deze bovennatuurlijke move so-wie-so een keer opgevoerd. Middenin de slaapkamer, op een kijk-eens-wat-ik-kan-manier.

 

5. Alles ging mis

Tussen jullie. Of om jullie heen. Jij sleepte zijn rugzak, hij nam de jouwe over. Je twijfelde een keer of je die van de ander nog kon dragen. Eén van de twee vroeg zich af of dit het was, om daarna in paniek te raken bij het idee dat het niet meer zo was.

 

6. De eerste keer dat je iets weggooide dat zijn moeder voor hem gekocht heeft

Omdat het niet om aaaaaan te zien is, zo lelijk. Dit heb je al honderd keer subtiel gezegd, tot je ‘m per ongeluk in de prullenmand liet vallen en de vuilnisman langs kwam voor hij het er weer uit kon grissen.

 

7. Je vindt een modus

In jaar één vind je het een genot dat hij op zondag met zijn vrienden naar de hockey is of dat hij je elke avond nog even belt vanaf een mannenweekend. In jaar drie en vier vind je het de horror, want het snoept je weekend weg en hállo, wanneer gaan jullie weer eens samen? Bij tien ben je oké, je bent er niet verliefd op, je vindt het niet meer irritant, het ís en hoort zo.

 

8. Alle eerste keren

De eerste keer dat je vergat je benen te scheren of een douchje te pakken voor je van henkiepenkie ging. Die keer dat zijn kookkunsten zó gruwelijk waren dat je alles in de kliko knikkerde. De eerste keer dat je ruzie maakte en je zeker wist dat hij niet heel hard bij je weg zou rennen. De eerste keer dat je heel hard snurkte.

 

9. Die keer dat je samen zó dronken was dat jij uit je schoenen viel en er bij hem een vertraagde reactie optrad en hij je dus net misgreep bij het opvangen

Ik vertel verder niet of dit voorbeeld op waarheid berust. Of die keer dat je van negen uur ’s ochtends tot vier uur ’s middags ieder komkommertje, slokje water, hapje yoghurt weer in de toiletpot bonjourde en hij toch heel lief kwam vragen of je nog iets wilde eten.

 

10. Het moment dat je het weet

Je maakt het mee, want als je tien jaar met gemak haalt, dan tik je dat oud worden samen ook met gemak af. Omdat je het wilt.