Dit denk je als bruid precies één week voor de bruiloft

Tessa Heinhuis in Parijs en een vrouw op haar trouwdag in haar trouwjurk

Weet je wat het mooiste en het gekste is aan het heule leven? Tijd.

 

Zo denk je een jaar lang te hebben om alles te plannen voor dé grote romantische feestdag. Een jaar, dat duurt een eeuwigheid. Vier seizoenen. Twaalf maanden. Joh, take it easy. Maar dan is dat hele immense jaar voorbij. Gevlogen. Waar is het gebleven? Ik weet het oprecht niet. Het is namelijk zover, ik kan er niet meer onderuit, ik kan het niet ontkennen. Die verloving lijkt pas een maand geleden, maar nee. P is the time.

 

De laatste voorbereidingen worden getroffen – want oei, was ik bijna vergeten sexy ling

erie te scoren voor tijdens onze huwelijksnacht – en dan gaan we ervoor. Van een jaar met 52 weken terug naar één. Nog maar een paar dagen voordat ik met mijn vadertje aan mijn arm richting mijn bloedzenuwachtige vriend in trouwpak ga lopen. Met honderdzeventig paar ogen die naar ons kijken, goed, geen paniek verder, hoor.

 

Dit denk je sowieso als je over een week gaat trouwen:

  • Dit is het dan echt. Qua mannen. Voor altijd. Dat klinkt wat negatief maar zo is het gewoon. Eventjes denk je terug naar je vrijgezelle jaren in de kroeg, toen zoenen doorgaans aan de bar gebeurde. Toen flirten je vrijdagavond in beslag nam en je het met vriendinnen had over de piemel van die en de piemel van die. Nu gaat het over naamkaartjes voor op de stoeltjes bij de ceremonie, ik noem maar even wat.
  • Het wordt allemaal zo serieus. Opeens ben ik ‘vrouw van’. O my god, ben ik daar niet veel te jong voor? Kán ik dat wel? Moet je daar iets speciaals voor kunnen?
  • Niet vergeten ook een sexy lingeriesetje voor op de honeymoon te kopen. Wel zo charmant.
  • Mijn moeder vergeet toch heus niet om mijn schoenen mee te nemen, samen met mijn jurk? Zul je zien, sta ik daar op m’n gympies uiteindelijk.
  • Ook niet vergeten: ik moet nog romantische wedding vows schrijven. Dat wat we tegen elkaar gaan zeggen net voordat we gaan tekenen. Wat ga je zeggen tegen iemand die heus wel weet dat je van ‘m houdt en dat hij de wereld voor je is? Ik voel als schrijfster extra druk, overigens. Dus dat wordt een last-minute-gevalletje, met hulplijnen inschakelen.
  • O ja, dat tekenen: even gouden pennen scoren. Staat gezellig.
  • Het voelt een beetje als een nieuwe start, deze fase in ons leven. Wat gaan we in godesnaam nu ná de bruiloft als groot project hebben? Tijd voor nieuwe stappen, toch? Anders vallen we een beetje in een zwart gat? Ja, kinderen, natuurlijk. Dat kan. Maar ook dat brengt me weer bij punt twee: ben ik daar niet veel te jong voor?
  • Of verhuizen dan, de grote stad uit? Naar een dorpje. Met een buurtsuper. Wat zeg ik nóu? Nee! Amsterdam! Dat kan niet. Ons leven ís Amsterdam. Ben je betoeterd. Ik blijf in die Pijp zitten.
  • Maar ja, dit huis… Wel wat krap misschien. En wat meer groen om je heen zou op den duur ook leuk zijn, niet?
  • Mag ik dan wel een pup, als ik verhuis? Ja. Dat lijkt me een goed eerste project na de bruiloft. Daar ben ik beslist niet te jong voor, dat weet ik dan wél weer zeker.

 

Ach ja, de tijd. Het is een verraderlijk iets. Over een jaar zit ik weer te janken als ik de foto’s zie van de bruiloft, zul je zien. Gek idee. En toch vooral mooi.