Dít is de reden waarom die mug jou wel grijpt en hem niet

Een koppel dat samen over straat loopt tijdens Milaan Fashion Week

Als een bezetene zwaai ik rond m’n oren. Het werkt. Voor twee hele minuten. ‘Schat, slaap je al? Schat. Er zit een mug in de kamer. Ik word GEK.’ Hij kreunt en draait zich om. De mugkwestie wordt genegeerd. ‘Ik ga het licht aandoen en die fucker vangen, hoor. Ik ben al víer keer geprikt.’ ‘Kiek, alsjeblieft, ga slapen. Ik moet er om half 6 uit.’ ‘Ja, jou boeit het natuurlijk geen reet. Jij hebt nergens last van, wordt nooit ‘ns een keer geprikt.’

 

Herkenbaar? Dan ben je net als ik de sjaak. Het ‘compliment’ dat de muggen mijn bloed lekkerder vinden zie ik allang niet meer als iets positiefs. Die beesten irriteren me al jaren. Op vakantie, in mijn slaapkamer, in de tuin: als een stel rellerige bloedhonden weten ze me iedere keer weer te vinden. Ik hoor ze nog net niet een ‘nananana’ in zoemkoor als ze met een grote boog om Sander heen vliegen en besluiten dat mijn wang de perfecte plek is om die Bloody Mary naar binnen te gieten. It sucks. Literally.

 

Oneerlijk als het is, pluis ik deze ochtend uit waarom ík altijd de lul ben als het om muggenbeten gaat. En ik kan je zeggen: het wordt er niet veel beter op. Het schijnt deze week nog op het nieuws geweest te zijn. Muggen zijn in een kamer met twee personen geneigd om op degene te landen met de grootste… stinkvoeten. I kid you not. Aromatische teentjes, daar schijnen ze héél lekker op te gaan. Überhaupt op de geur van zweet trouwens. Ze ruiken het van wel dertig meter afstand en kunnen er een soort van geil van raken. Dus alsof het allemaal nog niet erg genoeg is, heb ik ook nog eens zweettenen. Lekker is dat. En ja, ik maak WEL van een mug een olifant.