Voor mij is het schoolplein onbekend terrein

Om vijf over half negen reed ik langs het schoolplein bij ons in het dorp. En daar zag ik ze, drie vrouwen van (ik denk) begin dertig. Ik trapte nog wat op mijn rem, want het hele kleurpeloton staat daar op straat geschilderd om aan te geven dat het hier een basisschool betreft. Had ik heus gezien aan die tekeningen voor het raam en de moeder die te laat haar telg het schoolplein overduwde en die heel grote letters op de gevel met het woord ‘school’. Heus wel.

 

Bij het zien van die drie vrouwen kreeeg ik zéker het kwadraat aan vragen. Hoe laat is het? Vijf over half negen. Zijn ze net zo oud als ik? Misschien nét twee jaar ouder, maar ook maar net, hoor. Hoeveel kinderen hebben ze? Eén of twee, denk ik. Kennen ze elkaar gedwongen of is het vrijwillig? Misschien spelen hun dochters wel samen en kunnen ze elkaar niet uitstaan. Gaan ze zo naar het werk? Hmmm, het is vijf over half negen. Maar als je gaat werken, dan kun je toch niet zo staan keuvelen? Of ze werken thuis, Adeline, het is 2018. Hoe laat waren ze op, om hier een beetje jofel op het schoolplein te staan. En moet je voor elk kind bijvoorbeeld een half uur eerder opstaan? Anders red je dat nóóit. Hoe zou het leven op een schoolplein zijn? Ik. Heb. Geen. Idee.

 

Het schoolplein is voor mij onbekend terrein. De laatste keer dat ik er was ging ik mijn zusje ophalen, dat is dus veertien jaar terug. Ik ken de gedragsregels niet, de verhoudingen die zo net onder het oppervlak weggemoffeld zijn. Ik weet niet of je mee de klas in mag of dat andere moeders boos worden als jij te laat aan komt kakken. Of je vijftig cakejes op jaarbasis moet maken en je achtervolgd wordt door de cakemoeder. En als zich er Juf Ankerige dingen afspelen, dan heb ik géén idee, want ik kom er nooit.

 

Als je daar dan dus om vijf over half negen langs rijdt, dan krijg je een inkijkje in een wereld waarin je niet thuis bent. Zet me tussen tien vrouwen die op volumestandje honderd binnen komen rennen en roepen dat ze hun mascara zijn vergeten op te doen en ik weet exact hoe te handelen. Stuur me een schoolplein op en ik loop naar het duikelrek om een koppeltje te doen. Dat deed ik nou eenmaal, de laatste keer dat ik er was.

 

Diep vanbinnen wil ik álles weten als ik die drie vrouwen daar ingepakt in hun jas zie staan. Misschien drinken ze wel koffie of thee samen of liters wijn? Of wil die met die grijze jas en capuchon op links die met die bordeauxrode puffercoat op rechts wel aan haar haren over het schoolplein slepen? Of wie weet plannen ze wel een speeldate, voor de jongens en de meisjes. Bij wie vandaag en hoe laat moeten ze weer naar yoga/zwemmen/vioolles/voetbal? Of bespreken ze waar, wanneer, hoe en waarom de volgende luizeninspectie is? Ik. Heb. Geen. Idee.