Waarom wintersport niet te vergelijken is met die strandvakantie

Kiki Duren op wintersport

Jodelahitiii, mensen van het goede leven! Na een week sneeuw in m’n string is deze editor weer helemaal opgeladen en present om jullie te vergezellen. Heb ik wat gemist? Jullie wel. Mocht je me op Insta volgen: sorry voor de snowspam, voor de nieuwkomers: ik was samen met mijn liefde, mijn mutti en háár liefde (gadverdamme wat klinkt het allemaal klef ineens) op wintersport. In Saint Sorlin d’Arves, een reteknus dorpje in de Franse Alpen waar verder niet bijster veel te doen is, maar je kunt er skiën, heerlijk eten en Aperol Spritz achterover tikken en da’s eigenlijk het enige wat je nodig hebt.

 

Ben ik dan een diehard wintersporter? Nope. Al stond ik als kind regelmatig op de lange latten, toen zat er een periode van zo’n tien jaar tussen en nu sta ik sinds een jaar of drie weer op de piste. Ga ik liever naar de sneeuw dan naar de zon? Nah, dat niet per se. Maar ik zou de wintersport nu niet meer willen missen als het even kan. Het is als extraatje echt een cherry on the vacation pie. Het is retegezellig, je voelt je compleet alive als je die berg af sjeest en als je geluk hebt, kom je nog met een lekker kleurtje terug ook.

 

Toch is er iets met wintersport waardoor de meningen erover verdeeld zijn. Ik vraag me altijd af wat dat toch precies is, En hé, ik snap dat het beeld van ‘heel koud’ in combinatie met ‘actief bezig zijn’ niet echt lekker klinkt als vakantie, maar laat me toch een kleine lans breken om je vooroordelen weg te poetsen. Ik heb het op vakantie nog Nooit Zo Pokkewarm gehad (oké, buiten die 39 graden in Egypte dan) als deze week in Frankrijk. Mijn neus is verbrand! Ik heb Nog Nooit Zo Hard Gelachen als deze week. Zo’n lach waarbij je alle poorten van Moeder Aarde moet samendrukken om geen plasje in de skibroek te laten lozen, zeg maar. Dat soort werk.

 

En ja, de kans is er dat je valt. Ik ben gevallen. En ik ben weer opgestaan. Ik heb gelachen, gegild, klaverjassen geleerd (verrekte moeilijk, mark my words) en ben met het zweet in m’n naadje van de zwarte piste afgegaan. Maar het is me wél gelukt, dus hier spreekt een belachelijk trots persoon.

 

Eigenlijk draait het hele wintersportgebeuren om een aantal dingen: samen zijn met je naasten, lekker eten en drinken, één zijn met de natuur, je vrij voelen en hier en daar wat angsten overwinnen. Je denkt niet echt na over kleding. Je make-up bijwerken. Je pony kammen (note to myself…). Je eet gewoon drie dagen achter elkaar friet bij de lunch kan jou het verrotten, je sport het er straks weer af. Je gaat vroeg naar bed omdat je KAPOT bent van de dag. Je staat vroeg op om alles uit de dag te halen. De frisse berglucht is de nicotine die je wilt inademen. Je drugs.

 

Zoals een wijze wereldreiziger ooit zei: ‘Paradise doesn’t have to be tropical’. Echt niet. Waar jij je lekker bij voelt op vakantie moet je natuurlijk helemaal zelf weten, maar als je nog nooit op wintersport bent gegaan zeg ik je: niet twijfelen, gewoon het avontuur zelf eens ervaren. Je leeft. Nú is je tijd.

 

P.S.: Doe de groetjes aan Heidi. En Anton.