Als een waarzegster zegt dat je 100 wordt
polaroid may-britt mobach tekst no way

Ineens zat ze daar, midden in de woestijn. Op een tapijt waarmee ze zo weg zou kunnen vliegen met comfortabele kussens om zich heen gespreid. Ik voelde me ontzettend aangespoeld in ‘Lawrence of Arabia’, al moet ik zeggen dat (ondanks de zeven Oscars) het me nooit is gelukt verder te komen dan de scène waarbij hij uit de bocht vliegt met zijn scooter. Ik kan je vertellen: dat is al heel snel.

 

Natuurlijk wilden we, de een iets liever dan de ander. Dus ik ging ook, als twee na laatste. Ik voel me een beetje alsof ik een sollicitatiegesprek in ging: dat alles wat ik doe gelezen wordt. Iets over mij verteld. Ik wil haar een hand geven, maar dat is blijkbaar niet gebruikelijk, dus ik ga maar zitten. In kleermakerszit net als zij lukt niet. Nog steeds die verdomde wreef die pijn doet, een souvenir van een iets uit de hand gelopen kerstfeest. Vertel ik nog wel. Dat been leg ik dus maar gewoon opzij. Damn, mijn linkerknie is nog niet buigzaam. De rekening van vorige week toen ik te lang bij de manicure had gezeten, heel hard naar mijn auto wilde rennen om op tijd bij onze oppas te zijn en vervolgens keihard met mijn voet in mijn brede broekspijp bleef hangen en ineens plat op de Amsterdamse Overtoom lag. Maar om nou wijdbeens in een halve split voor de waarzegster te gaan zitten, dat is geen optie. Dan maar even de pijn verbijten. Ze pakte mijn hand.

 

Op mijn achttiende was ik snel volwassen geworden. Die vlieger gaat natuurlijk voor meer jongvolwassenen op maar toch, in mijn geval klopte het wel. En ik was toen een tijdje weggeweest. Buitenland. Ook dat valt bij westerse studenten misschien in de categorie raak schieten, want wie neemt er nou geen tussenjaar? Maar oké oké, ik heb dus wel in Singapore stage gelopen, dus nou ja, ik geef haar het voordeel van de twijfel.

 

Werk dan. Na drie jaar wilde ik meestal iets anders. True, true, knikte ik in mijn hoofd. En nu was ik blij, want vrijheid en vriendschap zijn belangrijk voor mij als het om werk gaat. Toen keek ik toch even op. We kwamen bij het chapter gezondheid. ‘You very strong,’ sprak ze en ze balde er zelfs een vuist bij. Ik wilde de mythe niet doorbreken door te vertellen van die wreef en die knie en knikte maar mee, want deze twee akkefietjes daargelaten mankeer ik niet vaak iets. En ik zou oud worden, zei ze. Altijd fijn om te horen. 100, zei ze. Nee, meer. 103, 104. Ik moest natuurlijk een beetje giechelen bij terugkomst bij de groep, maar de gedachte laat me toch niet meer los. Want nu denk ik dus dit…

 

1. Die lensvervangende operatie moest ik toch maar gewoon doen. Die haal ik er lachend uit. Stel je voor dat ik nog 60 jaar lenzen moet kopen, wat een vermogen is dat.
2. Als het vliegtuig erg tekeer gaat, kan ik iedereen om me heen geruststellen. Ik word namelijk 103, dus ga er gevoeglijk maar vanuit dat we niet neerstorten.
3. Het loont dus erg de moeite om nog een nieuwe taal te leren of mijn Engels te perfectioneren. Ik moet nog heel lang mee, dus ik ga er ontzettend veel baat bij hebben.
4. Euh, dat pensioen. Ga ik dat allemaal wel redden nu ik er twintig jaar meer dan verwacht bij krijg?
5. Zal ik dan ook zo gelukkig zijn dat ik misschien nog achterkleinkinderen ga meemaken?
6. On a darker note… Hoeveel begrafenissen ga ik meemaken?
7. Of kunnen we nu afspreken dat mijn geliefden ook even dit centennial stempel krijgen en de 100 aantikken?
8. On a lighter note: hoeveel bruiloften komen er nog voorbij? Hoeveel baby’s?
9. Elke dure aankoop (ja sorry, heb ik weer) is dus extra gelegitimeerd, want de costs per wear zakken meteen drastisch.
10. Misschien kan ik zelfs eens een compleet nieuwe carrière overwegen, met studie en al. Man, jongens, ik ben nog niet eens op de helft, jiehaaaa.