Als je ineens een culi bent

een meisje dat aan het koken is

Als mensen vroeger bij mij kwamen eten kregen ze salade met kaasjes en Chokotoffs toe. De hemel zij gedankt en geprezen dat ik een man trof die wél goed kon koken, waardoor mensen met plezier een paar uur bij ons aan de dis doorbrachten.

 

Vervolgens leerde ik heus wel iets (een soepje links en rechts, een pastaatje, gegrilde groentes, dat lukte best) en ben ik wel best goed in het bezoeken van traiteurs en het leuk opdienen, maar een chef in de dop? Mwah.

 

Maar ineens, ik weet niet wat er in me gevaren is, ben ik een culi. Uren breng ik door in de keuken. Ik bak simultaan drie gerechten en nou ja… Dit gebeurt er allemaal als je, net als ik, ineens ontzettend aan de kokeritus bent.

 

1. Je leest kookboeken in plaats van dat je ermee pronkt

Ze lagen er allemaal hoor, de Ottolenghi’s, De Zilveren Lepels en de Giorgio Locatelli’s, maar erin kijken was dan weer een heel ander verhaal.

 

2. Je komt erachter dat heel veel kookboeken niet kloppen

Zo liet ik gisteren vier rode uien twee uur lang in de oven staan bij een temperatuur van 180 graden. Daar had olie bij gemoeten, maar dat had Giorgio dus niet gezegd. Resultaat: bikken met je bekkie.

 

3. Je kookboeken zijn ineens beduimeld

Want waar gehakt wordt, vallen spaanders. Dus ook in de keuken. Mijn beeldschone ‘Hoe word ik een goddelijke huisvrouw?’ van Nigella Lawson (best een aparte titel trouwens, alsof dat de heilige graal is, maar ik vergeef het haar omwille van het brownierecept dat ik inmiddels volledig master) plakt nu van de boter aan elkaar.

 

4. Je vraagt bij de groenteboer ineens om daslook

En platte peterselie en allerlei andere dingen die je groenteboer niet heeft.

 

5. Je plant je dag om je culinaire activiteiten heen

We kunnen 45 minuten de hond uitlaten, want daarna moet het zout van de aubergines en moeten de uien uit de oven.

 

6. Je hebt een zelfgemaakte vinaigrette klaar staan.

 

7. In je ijskast staat een zelfgemaakte passata die je altijd even kunt gebruiken bij een gerecht.

 

8. Tussen de bedrijven door bak je wat Italiaanse koekjes.

 

Jongens, ik weet niet wát er met me aan de hand is, maar mijn familie spint en snort. Nu gauw naar de gym voordat ik dichtgroei.