Als je langer dan 10 jaar in de stad woont gebeurt er dit

tessa lachend op straat in amsterdam

Even was daar een spontaan moment dat ik Amsterdam verraadde: ik wilde in een dorp gaan wonen. Dacht ik dan, hè. Omdat ik hoorde dat ik twee kindjes krijg, sloeg de paniek toe: nu moet ik wel. Want de stad is te druk en de huizen te krap en de koffietentjes te duur.

 

Toch ben ik godzijdank tot zinnen gekomen en zijn we gewoon een paar straten verder verhuisd. Zelfs dat voelt al gek: na al die jaren uit de Pijp naar de Rivierenbuurt. Maar ik zal me niet aanstellen, want eerlijk: de buurten lijken best op elkaar. Vooruit. We wonen net wat groter in een net wat rustiger buurt – het is al met al dus perfect. En juist in dit nieuwe huissie (want dat zeggen we hier in Amsterdam) realiseerde ik mij iets. Na 10 jaar in de stad wonen – of het nu Amsterdam, Utrecht, Rotterdam of Den Bosch is of wat dan ook, zul je het net als ik herkennen. Je weet niet beter. Dat je maar wat weinig weilanden ziet in een gemiddelde week heb je niet door. Dat er dorpen bestaan waar er enkel een buurtsuper en een bakker zit zal je jeuken. Dat het altijd overvol is op straat en in elk lunchzaakje zie je niet meer. Dat er files zijn op het fietspad vind je normaal. Dat het nooit stil is of echt donker is merk je amper. Dat er ook dorpen bestaan waar er ’s avonds geen mensen op straat kotsen, schreeuwen, pissen of fietsen jatten kun je je niet heugen.

 

De stad maakt je anders. Amsterdam is zo ongeveer de grootste liefde in mijn leven, want hier ís mijn leven. Hier ben ik groot geworden. Van puber naar volwassen vrouw, van de studentenkroegen naar de fancy restaurants die ik nu pas kan betalen, van de huizen vol vriendinnen, wijn en logés naar een keurig grotemensenhuis in Zuid met kinderbedjes: het is gebeurd. Hier, in Mokum, dat allemaal. Dan ga je toch op een gegeven moment houden van die grachten vol verroeste fietsen, die trams vol dagjesmensen uit de provincie en die straatjes vol wietlucht. Je hecht je eraan.

 

Toch blijk ik een beetje een uitzondering te zijn, want al jaren blijkt uit onderzoek dat mensen gelukkiger zijn wanneer ze in een kleinere gemeente wonen dan wanneer ze in de grote stad toeven. De stad met het laagste percentage gelukkige mensen is bijvoorbeeld Rotterdam, waar 82 procent van de mensen gelukkig is. Vergelijk dat maar eens met de gemeente Hellendoorn, waar geluk heul gewoon is. Daar is 94 procent van de mensen #happy. Mensen in Ede zouden gemiddeld gezien zelfs het gelukkigst zijn. Of ga naar Horst aan de Maas. of Alphen-Chaam. Vind je overal geluk.

 

Maar ach, als je nu toch al in die joekel van een rotstad zit: blijf er vooral wonen. Met of zonder baby’s, hond of man. Dat dorp loopt niet heus weg: kun je altíjd nog heen, als je later groot bent. Misschien ooit, als ik heel, heel groot ben.

 

 

Banner Gladskin