category image

Als je met je kind naar de Eerste Hulp moet

Ik kan vol bewondering naar alle dokters en verplegers op de Eerste Hulp kijken, die bezig zijn met hun avonddienst. Wat doen zij toch veel voor anderen.

Een prachtig beroep. Maar ik zie ze toch liever niet, die slimme artsen. Bodi had al vijf dagen koorts en voor een jongetje van bijna negen aanden vond ik dat veel te lang. Toen ik aan het einde van de middag wéér 39,3 temperatuurde, belde ik de huisartsenpost. Ze vertrouwde het ook niet, toen ik het hele verhaal uitlegde. Hij eet minder, plast nog een beetje en heeft een heel huilerig, naar hoestje. We moesten binnen een uur op de Eerste Hulp bij de VU zijn, zei ze aan de telefoon.

Dan ga je opeens als moeder in een actiemodus. Hop, zus bellen, of zij gauw op kan passen op Daaf. Ze woont het dichtst bij, dus dat was fijn. Dan de schoonouders bellen, of die mijn zus kunnen aflossen als het lang duurt, want ze moet nog vergaderen. Dan Bodi aankleden, warme jas, muts, sokken aan en gaan. Zoeken naar de parkeergarage. Snel, vlug: opeens voelde ik een soort haast. Ik wilde dat nú iemand naar mijn zoontje zou gaan kijken. Maar ziekenhuizen, hoeveel respect ik dus ook heb voor al die mensen die daar werken, zijn soms nogal vol. We werden in een kinderwachtkamer gezet, met vrolijke tekeningen aan de muur en autootjes om races mee te houden. Het duurde. En duurde. We zaten een uur met een koortsige baby. En nog een uur. Toen dacht ik: wát doe ik hier? Dit is toch de Eerste Hulp?

Met enige bombarie stond ik aan de balie bij alle zusters weer mijn verhaal te doen. Ik dacht zelf aan een keelontsteking omdat hij zo hoest, maar ik wil dat iemand even kijkt of het niet zijn longen zijn. Je gaat in zo’n molen als je eenmaal binnen bent in een ziekenhuis. Bodi moest een plaszakje om zodat ze zijn plas konden checken. Maar hij plast amper omdat hij niet wil drinken. Weer moesten we wachten. En geloof me: met een ziek kind in een wachtkamer zitten is algauw een hele opgave. Weer stond ik aan die balie. Ze snapten me eindelijk. Ik werd doorverwezen naar een huisartsenpost van het ziekenhuis waar er wel gelijk plek was. Dat was maar goed ook, want ik was bijna gaan gillen en dan hadden ze mij daar van uitputting in een bed kunnen leggen.

Bodi blijkt inderdaad een oor- en een keelontsteking te hebben, de arme schat. Zo jong, zo ziekjes. Met antibiotica moet hij gauw opknappen.

Dit jaar heb ik veel meer ziekenhuizen gezien dan ik zou willen. Niet alleen in mijn tweelingzwangerschap voor echo’s en controles, maar ook tijdens die nare nasleep na de keizersnede. Nu ik er weer eventjes was deze week voor Bodi, kwam het allemaal weer wat naar boven. Die hele riedel van assistenten, verplegers, artsen, kinderartsen, echte chirurgen die nooit tijd hebben, veel wachten… Maar zielig ben ik niet door wat ik heb meegemaakt als moeder. Ik ben er alleen maar méér van gaan genieten. Van het feit dat ik níet elke dag in een ziekenhuis ben en mijn kinderen ook niet. Want er is niets zo verdrietig als een ziek kind. En dan bedoel ik niet een oor- of keelontsteking.

Ik ben maar blij dat dát het alleen maar is.

Beeld: Instagram Tessa Heinhuis