De 4 redenen waarom je vandaag nog rood haar wil

meisje met rood haar kijkt lachend in de camera in de woestijn met lekker weer en zon

Vorige week kroop ik in de stoel van mijn liefste kapper, want die uitgroei tot aan mijn enkels moest nodig worden weggepoetst. Met een melksnor van de cappuccino draaide ik me om naar het grote kleurenbord dat mijn kapper vasthield. Zo’n vijftig gekleurde plukjes die ik vroeger stuk voor stuk in mijn haar had willen laten smelten. Mijn liefde voor extensions was vrij groot. IJsblond of een beetje peachy, dat waren de opties voor mijn highlights. Voor de gein hield mijn kapper een pluk koper voor mijn snuit en kwam toen ineens met de wijsheid: ‘Wist je dat mensen met rood haar minder snel depressief worden?’ WHUT? Ik ben uiteindelijk voor ijsblond gegaan maar ik twijfel ever since. Dit is waarom ik best wel jaloers ben op de gingers:

 

1. Dat roodharigen makkelijker verbranden is geen breaking news, maar daardoor maken ze dus op eigen kracht meer vitamine D aan. Kijk, dat wist ik dan weer niet. Door die zelf geproduceerde vitamine D worden roodharigen minder depri. Van nature dus, daar hoeven ze geen valium voor te slikken. Wat een geluk.

 

2. Ze hebben dikker en sterker haar dan blondines en brunettes. Gingers worden minder snel grijs en als klapper op de rossige vuurpijl ook minder kaal. Who have more fun? Nou, ik weet het ondertussen wel.

 

3. Naast een jaloersmakende bos haar moet ik het nog over twee andere intens mooie uiterlijke eigenschappen hebben: de sproetjes en de ogen. Het is niet voor niets mode om sproeten op je wangen te laten tatoeëren. Iedereen wenst van die lieve pigmentpuntjes op het gezicht en de groen-bruine ogen die je nu eenmaal vaker krijgt als je roodharig bent, om in te verdrinken, zo mooi.

 

4. Én ze hebben een hogere pijngrens, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek.

 

Voor iedereen die normaal van die onaardige ‘ginger’ comments maakt: think twice, want ze zijn beter af.