De blamage van de blauwe jurk

may in een blauwe jurk van sophie dhoore

Je look is pas echt gelukt als andere mensen het nét niet begrijpen.’ Wijze modeles nummer zoveel van mijn liefste Harriet Calo. Ik memoreer ‘m wekelijks.

 

Als mensen mijn handbeschilderde (oké, het is wat Jackson Pollockiaans maar soit) jeans van Ralph Lauren een ‘klusbroek’ noemen. Of als ik per ongeluk mijn Irie-top binnenstebuiten aan blijk te hebben. Dat laatste was tijdens mijn finale sollicitatieronde voor het hoofdredacteurschap van Marie Claire in Parijs. Ik kreeg de baan, dus de attitude van Calo heeft vast geholpen.

 

Deze week kocht ik een vers gevangen creatie van Sofie D’Hoore die ik vond bij Pauw. Een donkerblauwe omslagjurk met aan de rechterkant een grote zak. Zij won de wedstrijd wie mee mocht naar een event dat we organiseerden voor Philips. Ik twijfelde of ze niet te veel gelijkenissen met een luxe badjas had, maar nee. Zeker niet als ik haar combineerde met mijn rode twostrap heels van Aquazurra en stevige oorbellen van Bodes & Bode. Mijn Amayzine-meisjes begrepen haar meteen en namen haar warm op in onze gemeenschap. Wat een pracht van een jurk Sofie was. En gelijk hadden ze.

 

Toen was ik thuis. Ik bewoog tussen pindakaas en Colgate en natuurlijk streefden die twee om nooit vergeten te worden via een eeuwige vlek. De tandpasta had echt last van eternalisatiedrift en liet een spoor van tien centimeter na. Op die mooie rechterzak. ‘Schatje, je hebt een vlek.’ Als mijn vader het ziet, is hij echt groot, die vlek. ‘Oh, maar het maakt niet uit, je hebt je schort nog aan.’

 

Mijn Sofie D’Hoore heb ik tien minuten beademd en op de schouder geklopt. Toen ging het wel weer en togen we naar de stomerij. Ik nam meteen drie pakken van mijn geliefde mee. De stoommeneer veerde op. De pakken werden ingenomen. Toen was Sofie aan de beurt. Hij inspecteerde het vlekkenpad. Tandpasta. ‘Aparte vlek.’ Ik keek hem aan. Niet begrijpend. ‘Nou ja, tandpasta,’ legde hij uit. ‘Op een régenjas.’

 

Arme Sofie. Gelukkig hebben we Harriet nog.