Gaan we voor een mooi gezicht of toch voor een goed lijf?

Je kent het standaard antwoord vast. Dat iemand vraagt wat je het mooist aan hem/haar vindt en dan komen daar de ogen, een kuiltje in de wang of de vorm van een mond, maar je hoort eigenlijk nooit een buurvrouw zeggen dat de man of vrouw in kwestie gewoon een heel goede kont heeft of van die lekker lange benen om mee te voetjevrijen. Nee, en dat heeft ook een reden.

 

First things first, als de buitenkant klopt maar de binnenkant niet, dan is er sowieso weinig kans op een romance. Onderzoek wijst echter uit dat we het lichaam ook níet zo belangrijk vinden in het complete plaatje. Best wel verrassend, toch? Voor een one night stand wordt nog weleens geselecteerd op biceps, triceps, blokjes en een algeheel goed lijf, maar als er een lang en gelukkig aan te pas komt, dan kijkt een man of vrouw naar het gezicht van het object of desire. Correctie: vrouwen doen dat trouwens altijd, ook als het maar voor een nachtje is. Wat zijn we toch mooie wezens. Het zit ‘m allemaal in het oergedrag van de mens, want het gezicht zegt veel over de (kans op) voorplanting. Zo ben je (waarschijnlijk) minder vruchtbaar als je ruim in de rimpels zit en kun je zorgen voor nageslacht als de huid nog jong en vitaal oogt. Voelt allemaal heel banaal aan als je het zo leest, maar zo schijnt het toch echt te werken.

 

Het onderzoek was trouwens onder heteroseksuele proefpersonen, dus het kan zomaar zijn dat de driften hier wat ongenuanceerder zijn. Als de man uit is op een korte maar krachtige affaire, dan kiest hij wél voor een goed lichaam om tegenaan te kruipen. En heteroseksuele vrouwen houden andersom soms best van een blokje dat verdwaald is onder een buikje. 

 

Kleine disclaimer in het hele verhaal, of laat het een waarschuwing zijn jongens en meisjes: we leven in tijden van botox en fillers en die leggen flink wat lam en vullen ruim op, dus geen vruchtbaarheidsgarantie in deze gevallen. Hè, moet je toch weer kijken of die potentiële lover herseninhoud heeft. Gelukkig maar.

 

Bron: Welingelichte Kringen