Gentle reminder: ga eens wat vaker naar je oma of opa

Gentle reminder: ga eens wat vaker naar je oma of opa

Kijk me recht in mijn ogen aan en vraag wat ik het liefste doe op een vrije dag en ik kan honderd dingen noemen. Uitslapen. Lunchen met vriendinnen. Kroelen met de katten op de bank. Eindelijk beginnen met die serie waar iedereen het over heeft. Beetje rommelen in huis. Maskertje nemen en in bad gaan. Toch een paar mailtjes beantwoorden waar ik al een tijdje tegenaan hik. Winkelen. Het klinkt heel pijnlijk, maar ‘langsgaan bij oma’ is niet per se het eerste dat in me opkomt.

 

En ik merk dat ik me daar soms ineens heel schuldig over kan voelen.

 

Vandaag stond ik op en dacht ik ineens: fuck it, ik neem een stuk zelfgemaakte cake mee, stap op de fiets en ga naar mijn oma. En het stomme is: tijdens het fietsen voel ik me al schuldig. Wanneer is de laatste keer geweest? Ik kan het me zo even niet meer herinneren. Ik parkeer m’n fiets in het rek, druk op de intercom en hoor haar kenmerkende stem:

 

‘Ja hallo, wie is daar?’

‘Oma, ik ben het, Kiki.’

‘Wie?!’

‘Kiki!’
‘Kiki?!’

‘Ja eh, Kiki.’

‘O, oh, Kiki, oh, wat leuk. Ooooh, dat had ik écht niet verwacht. Ik doe de deur nu open.’

 

Ik sta nog buiten en moet op de binnenkant van mijn wang bijten. Er schiet van alles door mijn hoofd. ‘Je bent een egoïst.’ ‘Ja, maar ik ben er nu toch.’ ‘Ja, maar je had er veel eerder moeten zijn.’ ‘Ja, maar soms kost het even om je dat te realiseren.’ En zo pingpongt m’n innerlijke optimist met mijn criticus. Eenmaal binnen bij oma gaan de mixed feelings door. Ze ziet er anders uit. Is afgevallen. Praat anders. Is haar beha vergeten, zegt ze. Ze herhaalt zinnen wat vaker. Ze weet niet meer goed hoe het koffiezetapparaat werkt. Ik eigenlijk ook niet, ik zet nooit filterkoffie. ‘Oh oma, er moet nog water aan de achterkant. Kijk, daarom doet-ie het niet.’

 

We zitten op de bank, eten cake en drinken koffie. We praten eigenlijk over niets en toch over iets. Over reizen die we gemaakt hebben. Over dingen die we irritant vinden. Over die dropjes die mijn oom voor haar gekocht heeft en dat ze vet lekker zijn. Of ik nog even daar uit het raam wil kijken, naar die kinderen die daar zo zoet aan het spelen zijn. Doen ze iedere ochtend. ‘Wat voor dag is het, Kiki?’ ‘Het is donderdag.’ ‘Oh, echt? Ik dacht dat het zondag was.’ ‘Kijk oma, je hebt daar een heel handige klok, daar zie je heel groot op staan wat voor dag het is.’ Ik zie de klok voor het eerst en er staat in koeienletters ‘DONDERDAG. 09.23 UUR. OCHTEND.’ Handig wel, zo’n klok. Als je niet vergeet erop te kijken tenminste.

 

Ze vertelt over de dagopvang waar ze nu iedere dinsdag en vrijdag zit. ‘Kiki, die mensen zijn niet goed hoor, ze laten me tekenen. Is toch kinderachtig? En laatst lieten ze ons naar hele dramatische muziek luisteren.’ ‘Maar oma, tekenen is toch leuk? En zo blijf je ook een beetje onder de mensen.’ ‘Ja ja, dat is wel waar, maar ik had laatst toch gezeurd over die dramatische muziek en toen kwam er een vrouw naar me toe dat ik dat niet moest zeggen. Maar dat doe ik lekker toch. Kan mij niets schelen wat ze van me vindt.’ Ze lacht. Ik zie de innerlijke rebel in haar. Ik zie mijn moeder. Ik zie mezelf.

 

Ik kijk naar haar en bedenk me tegelijkertijd dat ik dit minimaal een keer in de maand wil doen. Misschien moet ik zelfs wel een vaste datum prikken in mijn hoofd. Het in de agenda zetten. Ik denk niet dat het gek is hoor, in eerste instantie dingen op je vrije dag willen doen die primair resultaatgericht voor jezelf zijn, maar aan de andere kant: dit geeft me ook een goed gevoel. En ik weet dat ze er niet meer altijd gaat zijn. Wat ik met dit ietwat zweverige verhaal wil? Geen idee. Gewoon even m’n hart luchten, I guess. Want daar zijn we ook digitale vriendinnen voor. En misschien niet alleen mezelf, maar ook jou eraan reminden: even een uurtje langsgaan is helemaal niet zo’n big deal, maar wél voor je opa of oma. Dat kan zomaar het hoogtepunt van de week zijn.

Koester je grootouders nu je ze nog hebt. Áls je ze nog hebt. We zijn allemaal druk, maar soms moet je tijd voor de ander maken. En als je moeite hebt met jezelf eraan herinneren: zet desnoods een wekker om de week. Al is het maar een belletje.

 

Tot snel, omi.