category image

Het leven in Zuid-Italië

mays holiday, ijsjes eten met haar dochtertjes

Ik ben als eerste op. Nou ja, niet helemaal als eerste, want mijn liefje is er een kwartier eerder al uitgegaan. Op pad met mijn vader. Die twee. Toen energie werd uitgedeeld, hebben zij de hele voorraad opgekocht. Maar het is kwart voor zeven dus als het een beetje meezit, heb ik nog een uurtje zonder ‘mama, kom’ en ‘mama, kijk’.

Ik twijfel om er een zwikje seven-minute-workouts door te jassen en mijn laptop open te klappen. De pizza’s van gisteravond indachtig druk ik toch maar even op de Complete Workout, gevolgd door een abs-sessie en een arm-treatment toe. Ik ken die blik van mijn trainer als ik terugkom van vakantie. Tikje teleurgesteld, je kent het vast. En nu zowaar liggen ze daar nog. Drie meisjes lepeltje-lepeltje, dromend over de dag van gisteren.

Als je vakantie viert op een vaste plek (wij hebben hier een familiehuisje), is alles hetzelfde en daarbinnen is alles anders. De overburen hebben vier kittens en 39 kuikens. In de knuffelpyramide is dat lastig kiezen voor mijn meisjes. Of we een paar kuikens mee willen nemen? We hebben toch een mooie konijnenkooi? Ik schud toch maar van nee. Ik herinner me nog iets te goed wat er vorig jaar met de inhoud van die kooi is gebeurd. Wilde honden en tamme konijnen… Geen goede combinatie. Ik kan nog steeds huilen als ik denk aan wat zich hier heeft afgespeeld.

Bovendien is elke dag knuffelen bij de buren veel gezelliger. Ik krijg er de beste koffie van de Sessana Grande, Martino wijst me elke dag wel op iets dat een Italiaanse anders zou doen (laatste les geleerd: ik zeg veel te enthousiast dat het goed gaat als hij me vraagt: Com’è? Een echte Zuid-Italiaanse houdt het ingetogen. Van die dingen) en ik loop elke dag wel naar huis met verse ricotta die hij net bij de boer heeft gehaald, een toetje dat hij vast heeft gemaakt voor de gasten van vanavond (ze hebben een restaurant, had ik dat al verteld?) en ik ben weer even bijgepraat over de buurt. De broer van Mimmo heeft karpaaltunnelsyndroom in zijn handen en kan niet snoeien en Grazio heeft zijn huis nog steeds niet verkocht.

Ik duik in ons fopzwembad (je weet wel, zo een die je zelf bouwt met een stellage boven de grond, visueel geen hoogstandje maar wat zijn wij er blij mee), speel een potje volleybal met mijn middelste meisje (‘wel echt gewoon goed spelen hè, mama, je mag me niet matsen’) en ga me dan eens verheugen op de in rode ui gegaarde inktvisringen van La Rotonda.

Italië, ik ben op je. Maar dat vermoeden had je al.