category image

Het moment dat je kind voor de eerste keer valt

een moeder die haar kindje vasthoudt en tegen een muur aanzit
Alle moeders zullen dit gevoel herkennen, dat weet ik zeker. Want er is geen enkel gevoel te vergelijken met dít.

 

Ik hoor het geluid nog in mijn hoofd. Ik kan het me zó weer voor de geest halen. Mijn kleinste liefste Daaf valt uit zijn buggy, op de harde tegels op de grond. We zijn buiten in de tuin en zitten een meter van hem vandaan een boek te lezen in de zon. Hij slaapt. Bodi slaapt ook. Ze liggen allebei plat in de buggy, met riempjes om, natuurlijk. Life is good, de dag kabbelt voorbij. Ik heb geen idee wat er gebeurt als ik een gek geluid hoor. Klats.

 

Ik kijk en zie mijn zoontje op de grond liggen. Mijn zoon van een paar maanden oud. Dat gevoel dat ik dan meemaak voor de allereerste keer kan ik bijna niet opschrijven. Ik krijg een soort paniekaanval, ik word misselijk, hap naar adem, tril. Ik hoor een halve tel later een harde huil. Goddank. Hij leeft nog, denk ik gelijk.

Mijn man en ik rennen naar hem toe en pakken hem op. Het gaat wel, dat zien we gelijk. De buggy is vrij laag aan de grond. Hij heeft niet eens een bult, geen schaafwond, niets. Hij huilt alleen heel hard omdat hij is geschrokken. Ik tril van top tot teen. Mijn man moet hem vasthouden, want ik kan het even niet. Ik ben zó bang dat hij iets heeft gebroken, dat hij pijn heeft, dat er iets ergs is, dat hij op zijn hoofd is gevallen. Ik roep nog dat we naar de dokter moeten. Ik gil dat ik een ambulance bel, nú. Maar met Daaf gaat het helemaal prima. Het is niet nodig. Een kwartier later speelt hij weer en hij heeft geen krasje, geen bult, geen blauwe plek: niets. Maar ik wel. Ik sta een uur later nog te shaken op mijn benen.

 

Ik weet dat kinderen vallen en druk zijn en spelen en dan zichzelf wel eens pijn doen. Ik weet dat hoe groter Bodi en Daaf worden, hoe vaker ze wel eens hun teen gaan stoten of hun vingers tussen de deur gaan krijgen. Of een voetbal tegen het gezicht. Of een keer uit een boom slingeren omdat kinderen nu eenmaal klimmen en stoeien en ravotten. Ik weet het. Maar hoe doen andere moeders dit? Ik ben letterlijk nog nooit zo geschrokken als toen. Het flitst in een nanoseconde door je hoofd: dit overleeft hij niet. Terwijl kinderen wel vaker vallen en struikelen, dus het is overdreven, maar je denkt het toch. Het is het oerinstinct van moederschap dat het overneemt. Daarna overheerst het gevoel van schuld. Ik ben een slechte moeder. Had ik hem niet beter vast moeten maken in de buggy? Niet bij de buggy moeten blijven zitten lezen? Waarom heb ik die rotbuggy dan ook? Waarom heb ik hem niet in zijn bed gelegd? Ik kan er nog over piekeren en mee zitten. Dat litteken dat Daaf nooit heeft gehad na zijn val heb ik wel.

 

Heel vaak denk ik nog aan het vreselijke moment terug. De schrik van toen heeft er voor gezorgd dat ik banger ben als moeder. Ik laat hem nooit een seconde alleen op de commode of ergens anders waar hij af kan rollen: de bank, poef, het bed. Het is een beweeglijk jongetje, dat weet ik inmiddels. Ik bescherm hem met alles wat ik heb. Dat deed ik al, maar nu nog meer, omdat ik het gevoel heb dat hij mij nodig heeft. En als hij stilletjes in bed ligt te slapen dan check ik altijd even of hij ademt. Doe ik ook bij zijn broer, hoor.

 

God, je denkt in je zwangerschap dat je een ontspannen moeder wordt die het allemaal wel eventjes gewoon doet en fixt en regelt met een lach. Totdat je écht moeder bent. Dan heb je gevoelens die je niet kunt uitleggen, zo sterk zijn die. Sorry Daaf, voor die stomme dag in de buggy. Stoot je alsjeblieft niet je hoofd tot je, nou ja, misschien een jaar of zevenentwintig bent?

 

Advertisement
Renault banner