category image

En dan gebeurt het allerergste…

Utrecht met hartje

Ik hoor het nieuws van de caissière in de supermarkt. Utrecht. Drie doden. Vijf gewonden. Ik reken af en fiets naar huis. Onderweg passeer ik een tram. Mensen zitten op hun telefoon. Een enkeling staart uit het raam. Een rilling loopt over mijn rug. Thuis moet ik een mailtje sturen naar een opdrachtgever. Ik overweeg om iets te zeggen over Utrecht. Het voelt raar om het niet te noemen. Het voelt ook raar om dat wél te doen. Is het respectloos als het leven gewoon doorgaat?

Ik weet nog goed dat ik de twee vliegtuigen in de Twin Towers zag boren en dacht: dit gaat helemaal mis. De wereld leek opeens een heel onveilige plek waar ieder moment een gek een bom af kon laten gaan of op je in kon gaan schieten. Omdat ik ook de Australische nationaliteit heb (zeg dit maar niet tegen Geert Wilders), overwoog ik om met mijn gezin in een afgelegen plaatsje aan de westkust te gaan wonen, ver weg van alle gevaarlijke gekken met hun extremistische ideeën en haat tegen iedereen die een beetje anders denkt dan zijzelf. Het enige wat we daar te vrezen zouden hebben waren ontspoorde kangoeroes en een enkele haai.

Na 9/11 verwachtte ik een golf van aanslagen. Ik zag een wereld voor me waar op iedere hoek van de straat militairen zouden staan, waar je te pas en te onpas gefouilleerd zou worden, ik dacht dat er iedere dag nieuwe rampen zouden gebeuren. Ik zag een toekomstige wereld vol angst en geweld. De eerste paar weken na 9/11 kon niemand meer ergens anders over praten. We waren alert. We dachten dat de wereld nooit meer hetzelfde zou zijn. En toen gebeurde het gekke: we gingen over tot de orde van de dag.

Na een aantal relatief rustige jaren – in het westen althans, in het Midden-Oosten zullen ze daar anders over denken -, waarbij de enige grote verandering is dat je voortaan geen vloeistoffen mag meenemen in het vliegtuig, is het geweld de laatste jaren enorm toegenomen, juist op plekken waar je het niet verwacht. Een kerstmarkt. Een death metal-concert. Vrijdag nog in het meest slaperige stadje ter wereld. En nu in de tram in Utrecht.

De willekeur en onvoorspelbaarheid maakt het nog beangstigender. Stations, vliegvelden, kerken en moskeeën kun je wellicht vermijden, maar wat als je morgen van je fiets af wordt geschoten terwijl je onderweg bent naar je werk? Wat als terroristen je school binnenvallen of de handbalclub? Kunnen we beter maar binnen blijven voor de rest van ons leven?

Waar ik naartoe wil met dit verhaal is dat we weerloos zijn. Je kunt je eenvoudigweg niet beschermen tegen mensen die gek zijn en kwaad willen. Zelfs niet als je naar dat kustplaatsje in West-Australië verhuist. Het enige wat we kunnen is overgaan tot de orde van de dag. Doorgaan met bidden. Doorgaan met in de tram zitten. Doorgaan met headbangen. Doorgaan met winkelen. Doorgaan met naar school gaan.

Dat is niet omdat de slachtoffers en hun geliefden er niet toedoen, maar omdat we nooit angst mogen laten winnen. We moeten doorgaan. En als we dan toch ons gedrag gaan veranderen door de aanslagen, laten we dan in vredesnaam wat aardiger zijn voor elkaar.

(noot: ten tijde van het schrijven van dit stuk is nog niet bekend wat het motief van de dader is)