Mays Dubai Report PART III

Dubai met lancaster in de woestijn

Dag 3 van onze Coty-Lancaster Zon-reis. Vandaag staat de woestijn op het programma. Want zals er ‘when in Rome’-regels gelden, kun je Dubai gevoeglijk niet verlaten zonder zand in de schoenen.

Dus daar gaan we. In drie enorme auto’s met okselfrisse chauffeurs. Ik kan helaas uit ervaring zeggen dat dit laatste hier een unicum is.

 

Anderhalf uur rijden richting de zandbak die, zoals onze chauffeur vertelt, 26.000 vierkante kilometer is en ik kan nog steeds niet bevatten hoe groot dat is. Halverwege wordt er gestopt. De auto puft wat lucht uit de bandjes en wij krijgen een traditionele hoofddoek omgeknoopt om ons te beschermen tegen zand en zon. En voor de beleving natuurlijk.

 

In het zand zien we kleden, kussens en een gesluierde dame. Daphne heeft een waarzegger ingehuurd. Dat verdeelt de groep meteen in twee kampen. De ik-zuig-alles-op-mensen en de criticasters. Ik beweeg ergens in het midden. Want hoe weet die vrouw nou hoe oud wij worden (al moet ik zeggen dat ik het een heerlijk geruststellende gedachte vind dat ze mij vertelde dat ik nog lang niet op de helft van mijn leven ben. Ik tik met gemak de 103 aan, zegt ze.), terwijl ik ook best geloof dat iemand je kan ‘lezen’ en wijze woorden zegt.

 

Het is in ieder geval geweldig voor de groepsdynamiek en ik zag bijna een tv-format geboren worden. Zet een groepje kleurrijke types waar je meer van wilt weten in de woestijn, laat hen een voor een naar een waarzegger/handlezer waddanook gaan en vervolgens rapporteren aan de groep. Ik had in ieder geval twee heerlijke uurtjes.

 

Om het af te romen kwamen bij zonsondergang zes kamelen over de zandheuvels aanlopen. Er op rijden deden we niet (de een vond het zielig, de ander eng en dan word ik ineens een lafaard die het ook-maar-niet-gaat-doen), maar aaien en intens jaloers naar die wimpers kijken, dat deed ik dan weer wel.

 

De tocht ging verder. Naar een oase waar omheen vuurkorven stonden. Met minitenten waarin gedekte tafels stonden en kleine Fred Flintstone-huisjes waarin een ware wc was. Ik zal mijn tochtje met Karen van Ede onder die kraakheldere sterrenhemel richting wc waar we een Franse grootmoeder ‘arrête, putain’ (wat dus echt ‘hou op, h**r’) en de slappe lach die daarop volgde nooit, nooit, nooit vergeten.