Mays wijnreis

may-britt mobach op reis met AIX rose

“Hoeveel pakjes passen er precies in die kóffer?” De zin: ik ga op wijnreis en ik neem mee, is duidelijk door alle genodigden op verschillende manieren ingevuld. Voor de mannen betekent het vooral praktische waren en een zwembroek, wij vrouwen streven naar minstens drie outfitwissels per dag en ja, twee keer in dezelfde bikini, da’s ook zo saai.

 

Stoppen met roddelen

Ik geloof dat ze het vermakelijk vinden. En raar. En dan komen we nog niet bij het fenomeen fotografie. Dat het zo vaak over moet. Dat we in het licht willen staan. Dat die meneer in dat groene overhemd met korte mouwen niet per se op de achtergrond hoeft te staan en of iedereen even wil ophouden met roddelen, want er gaat gevlogd worden.

 

Over de liefde met het einde

Ik zie onze iets oudere mannelijke reisgenoten met een mix van vermaak en vermoeidheid naar ons kijken. Maar als we op een Wajer-boot richting Saint-Tropez varen en even op het dek liggen met natte, plakkerige haren en een klef badpak, doen die outfitwissels er niet meer zoveel toe. We praten over baby’s, over mensen die we te vroeg hebben moeten missen en over die liefde die toch niet oneindig bleek. Met een klein bootje worden we opgehaald van ons schip en wandelen we blootsvoets (kijk, hier worden de jongens van de mannen gescheiden: als je Club 55 vanaf het water bereikt, doe je het goed) met een paar forse flessen AIX onder de oksel richting onze tafel.

 

Of ze ook een slokje mogen

Ik hoor de stem van de vader van mijn vriendin in mijn hoofd zeggen: “Moeten deze mensen niet werken?” Blijkbaar niet. Het is maandag en het leven is goed. Omdat wij op uitnodiging van AIX zijn, is het natuurlijk ondenkbaar ander vocht tot je te nemen. AIX staat niet op de kaart in 55, dus die hebben we zelf meegenomen. Beetje kurkgeld betalen en niemand die er moeite mee heeft. Maar dan gebeurt het. Ergens tussen de langoustine en de steak tartare wordt er op onze rug getikt. Nederlanders. Er volgt een gezellig kletsje. Maar dan kruipt het aapje uit de mouw. Wat we dan toch voor gezelligs drinken en of ze daar ook een slokje van mogen. Omdat het ons een tik onbeleefd lijkt deze wijn die niet op de kaart staat voor het oog van de ober uit te schenken aan anderen, volgt een onderhandse handeling. Letterlijk onder de tafel en achter de ellebogen vindt het zachtroze sap nieuwe liefhebbers. We toosten en proosten en smeken dat deze dag geen einde kent.