Sorry maar waar: dit is het irritantste aan zwanger zijn

zwangere buik

Alsof ik een watermeloen heb ingeslikt: de buik is bol en het einde in zicht. Of nou ja, het compleet nieuwe begin, eigenlijk.

 

Een ander leven staat voor de deur en het kan eigenlijk elk moment aankloppen. Elke seconde van de dag vraag ik het me nu af: komen ze vandaag? Of toch morgen? Of dit weekend? Werken er wel goede dokters in het weekend? Want de beste dokters mogen vast hun eigen dagen kiezen en die werken dan natuurlijk liever van maandag tot en met vrijdag, toch? Hallo? Ik ga het ziekenhuis bellen. Dat idee.

 

Het was een behoorlijk overweldigende tijd, deze zwangerschap. Letterlijk vanaf de eerste week en met name vanaf de eerste echo. Maar het mooie aan tijd is dat het je heel veel leert. Ik heb elke week nodig gehad om aan het idee van een tweeling te wennen. Gelijk twee boys, mama van twee jongens, twee zoontjes die ik straks kan knuffelen en vasthouden en kussen. Het blijft ongelooflijk, maar ik ben er klaar voor. Niet alleen met de kinderkamer en het huis en de kinderwagen en de twee Maxi-Cosi’s achterin de auto: ik ben er mentaal klaar voor. Ik wíl inmiddels zó graag hun moeder zijn dat ik bijna ondersteboven ga hangen, ananassen ga eten en wild van bil ga. Laat ze maar op deze wereld zijn – ze zijn zo welkom en ik ben zó nieuwsgierig naar hoe ze zijn.

 

De mindere kanten van zwanger zijn? Afgezien van de nodige fysieke kwaaltjes hier en daar weet ik daar gelijk het antwoord op. Want, sorry, maar het is zo: de meningen van anderen, dáár werd ik vooral gek van. Word ik nog steeds gek van. De opmerkingen die je naar je hoofd geslingerd krijgt als zwangere vrouw zijn niet mals. Mensen bedoelen het misschien niet eens onaardig, maar jeetje, wat moest ik vaak mijn tong inslikken. Zo heb ik deze dingen absoluut gehoord in de afgelopen maanden en ik verbaas mij er nog over:

 

  • Jeetje, twee tegelijk. Dat wordt heel zwaar. Wilde je dat wel?
  • Jezus twee, jij liever dan ik.
  • Lijkt mij niet echt leuk hoor, een tweeling.
  • Mijn god, twee kinderen om mee te beginnen, dat zou ik niet willen hoor.
  • Had je niet liever een meisje gewild? (Dit vroeg een dokter. Geen grap.)
  • O, ik vind jou wel meer een meisjesmoeder eigenlijk.
  • Je buik is wel echt heel, heel, heel, heel groot hoor, vergeleken met die van anderen. Echt heeeeeel groot.
  • Wat heb jij een zware zwangerschap vergeleken met anderen, zeg!
  • Krijg je een keizersnede? Jeetje, dat lijkt me zó erg.
  • Doe je aan middagdutjes? Kun je niet meer fietsen? Zijn je enkels dik? O, mijn moeder/tante/overbuurvrouw/achternicht had dat helemaal niet nodig hoor! Mijn tandarts/vriendin/zus/schoonmoeder kon álles nog tot ze ging bevallen!

 

Als ik iets heb geleerd en als ik iets meeneem na deze rollercoaster, dan is het wel dat ik nooit zulke dingen zal zeggen tegen vriendinnen, collega’s, familieleden of kennissen die zwanger zijn. Een zwangerschap is zo persoonlijk, zo eigen, elke keer bij elke vrouw compleet anders, dat niets te vergelijken is. Wees gewoon extra lief voor diegene die met een zwangere belly tegenover je zit en oordeel niet. Het is niet aan jou. Het is voor een vrouw al spannend genoeg. Iedere vrouw doet het op haar eigen manier en voelt wat kan en wat niet kan en wat goed is. Ik heb werkelijk waar nooit in mijn leven gedácht aan een tweeling, natuurlijk niet. Daar hou je geen rekening mee. Maar het is zo en is het goed, voor mij en de man des huizes. En daar gaat het om.

 

Tja, je krijgt tóch een beetje moederinstinct hè, zo in maand acht, negen. Dan ga je opeens je kroost beschermen en het zelfs in artikelen voor ze opnemen. Heerlijk. Ik ben er écht klaar voor, denk ik. Op maandagochtend graag, boys, als het even kan.