borrelplank, hapjes, kaas, vijgen, worst, vlees, charcuterie, eetbare bloemen

Mijn vrienden weten: ik heb een heel zorgzame, tikkie brutale (iets met een appel en een boom), reislustige moeder. De naam is Trudy, a.k.a. Truud. Of Truudster. Ze is toch ook wel een beetje een gekkie, want iedere maand blijkt Truud over een nieuw talent te beschikken waar ik tot dusver nog geen weet van had. Behoorlijk inspirerend, moet ik zeggen. Nooit saai. Beetje Lara Croft-achtig zelfs. Volgende week kan ze waarschijnlijk ook boogschieten en blijkt ze een jaar in Mongolië gewoond te hebben zonder mijn afweet. Anyway: haar liefde Gary werd 60, dat vierden we groots met een Spanish family diner vol tapas, sangria en gigantische pannen paella, en ineens komt mijn moeder aanlopen met deze plank. Zelf. In. Elkaar. Geflanst. ‘Vind je ‘m mooi, Kiek?’ Zeg, ik weet niet, mam, maar begin AUB  even je eigen borrelplankbedrijf want ik vind dit niet normaal. Je snapt: ik probeerde de rest van de avond oprecht gesprekken met mensen te voeren, maar het enige wat ik kon doen is als een idioot om de borrelplank heen drentelen. Mond-high-fiven met de pestokaas. Tongzoenen met de serranoham met verse vijg. Speeksel uitwisselen met de gorgonzola. Mam, ik weet niet waar je was al die verjaardagen, maar de lat ligt HOOG nu, dat snap je.