category image

Voor Daan

may-britt en Danielle samen lachend op de foto

‘May, als ik je niet meer zie, ik ga nu dít flatgebouw in.’ Ik ontving een screenshot van een locatie ergens diep in Amstelveen. Laat het maar aan mijn liefste Daan over om onvindbaar speelgoed op te snorren. Mijn oudste dochter (een bijzonder exemplaar met een specifieke voorliefde voor speelgoed dat al jaren geleden uit de markt is gehaald) heeft haar zinnen op alle personages van Toy Story gezet. ‘Mijn vrienden’ noemt ze ze, en ze herhaalt zo’n zeventig keer per dag dat ze in Italië haar vrienden zal vinden.

Niets opportunistisch is mij vreemd, dus ik grijp meteen mijn kans om er een soepele vlucht van te maken. Eerlijk oversteken, dus als zij haar gordel omdoet in het vliegtuig (traumaatje, lees hier maar), regel ik haar vrienden. Zo zei ik. Iets te gemakkelijk. Maar daar was Daan. Binnen een uur had ze zeven adresjes met vergeten Toy Story-figuren. En een pratende Jessie-pop (denk veel ‘Howdie’, ‘Yeehaah’ en ‘We’re gonna ride that horse today, my friend’) op de koop toe. ‘Precies op tijd in huis, May,’ liet ze me via een appfilmpje weten, want ondertussen was ze zelf de skipakken uit het vacuüm aan het zuigen want heus dat ze zelf ook met vakantie ging en nog vierhonderachtendertig dingen moest regelen.

De vlucht was een eitje dankzij Daan en de vrienden. Voor onderweg had ze me ook nog wat films geadviseerd die ik bij iTunes kon kopen. Superjuffie! en Trolls. ‘Maar May,’ appte ze me in haar typische appstijl waarbij ze een regel per appje hanteert, ‘ik ben alleen wel bang…’ – pauze – …’dat ze dan al die Trolls-figuren ook wil hebben.’

Ik vrees het ook. Maar één ding weet ik zeker. Met Daan in de buurt is de redding nabij. Altijd.