Vrouwen zijn op vakantie chagrijniger dan mannen

Tessa in paarse broek en zonnebril op vakantie in een zonnig land

Je hebt er zó naar toegeleefd: eindelijk mag je met je billen in bikini. Hotel geboekt. Strand op loopafstand. Zon in je gezicht.

 

Of nou ja, die ene favoriete bikini ben je vergeten in te pakken. Dat hotel valt ietwat tegen en is toch ook wel weer erg duur, want de kamer is best krap. En de douche is viezig. Het strand is een kwartier rijden met een busje, blijkt. en het miezert op dag één. Wel #%*!(@!)$. Vrouwen kunnen op vakantie flink wat chagrijniger zijn dan mannen. Wij ergeren ons namelijk meer aan dingetjes die niet helemaal lopen zoals gepland. Een man kan zijn schouders ophalen en denken: dan maar een andere zwembroek aan, als die ene nog thuis gestreken in de kast ligt. Wij vrouwen niet. Wij vrouwen jammeren tot we naar huis gaan over hoe enig die bikini wel niet was geweest op die vakantiefoto.

 

Maar er irriteert ons meer, daar in dat vakantieoord. Je denkt lekker uit te rusten, maar intussen zit je jezelf dus op te vreten. Vrouwen ergeren zich het meest aan geluidsoverlast (14 procent), zo blijkt uit onderzoek. Van die buren die je opeens hoort seksen of van die krijsende koters bij het zwembad. Daarnaast vinden we een tegenvallende locatie of accommodatie net zo vervelend als herrie. We balen dan van onze keuze: waren we toch maar voor dat knusse hotelletje een straat verder gegaan. Zeker 11 procent van de vrouwen kan er ook niet tegen als ze ergens ongedierte zien. Eén kakkerlak maakt zeker de zomer niet. Sterker nog: een spin in de badkamer en het vakantiehuisje deugt al van geen kant meer. Mannen boeit dat weer minder, die hebben eerder last van slecht weer dan van een mierenhoop. Dertien procent van de mannen kan het jammer vinden als het onverhoopt regent of koud is. Maar blijven miezemuizen: dat is typisch iets voor de vrouw. Die kunnen tot in den treure keuvelen over die wolken aan de lucht. Mannen lezen de krant, kijken de Tour du France, drinken een pils en weten allang niet meer welke dag het is. Tsja, is wat voor te zeggen.

 

Je kunt er natuurlijk óók het beste van maken. Ik kan mij een regenachtige dag op Ibiza nog goed heugen. Al een jaar of zes verkas ik een lang weekend, soms een stiekem weekje, naar het eiland van vertier met mijn beste. Zaten we daar, zonnebrand op, strandjurk aan, glinsterende slippers om de voeten – maar de lucht was akelig grijs. Hollands grijs. Geen streepje blauw te zien: dat kwam niet meer goed vandaag. Wat moesten we nou? Ik zal niet te veel details verklappen maar laten we zeggen dat we zijn begonnen met champagne door onze jus d’orange te mengen bij het ontbijt. En dat we daar niet mee zijn gestopt. Ja, pas toen de zon 36 uur later ging schijnen.