Waarom ik, toch, op een vrouw heb gestemd

may-brit mobach in een blauwe jurk buiten, groene achtergrond, lachend

Gisteren holde ik naar het stembureau. De wijn zat al in het glas toen ik mijn stempas op tafel zag liggen. Het is niet alleen je plicht, maar ook je voorrecht om te mogen stemmen. Wij vrouwen hebben pas honderd jaar stemrecht, dat moeten we koesteren. Mijn meisje wilde mee. In haar beren-onesie met haar vier favoriete knuffels. Maar wie te kiezen? Ik weet niet hoe het bij jou zit, maar ik wist heus op welke partij ik wilde stemmen (en ook heel goed op wie niet), maar om nou te zeggen dat ik het profiel van alle kandidaten minutieus had uitgeplozen… Nou, nee. Dus ik laveerde tussen degene bovenaan de lijst of de hoogst genoteerde vrouw.

 

Lang vond ik het onzin om op een vrouw te stemmen. Herstel: lang vond ik het onzin om op een vrouw te stemmen vanwege haar vrouw-zijn. Vooral uit emancipatoir oogpunt. We zijn gelijk, dus als de man net een beter profiel heeft, dan kies ik hem. Iemand de voorkeur geven op basis van sekse voelt juist alsof je dat duwtje in de rug nodig hebt en lijkt dus juist een bevestiging van het feit dat we minder capabel zouden zijn. Dus juist daarom vond ik dat je iedereen op z’n merites moest beoordelen.

 

Toch ben ik van gedachten veranderd. En dat komt door een gesprek dat ik gisteren voerde. Madeleijn van den Nieuwenhuizen bracht ons een redactiebezoek. Madeleijn doet van alles (zo vertrekt ze in augustus vijf jaar naar New York om daar te promoveren aan de universiteit) en heeft ze zich opgeworpen als scherpe criticus die journalistieke dwalingen aanstipt op haar Instagram-account Zeikschrift. Ik nodigde haar uit voor een consult.

 

Afijn. We spraken over de sociaal-historische positie van de vrouw. Over dat onze moeders of oma’s verplicht waren om ontslag te nemen als ze in overheidsdienst waren en trouwden. Tot 1957 waren vrouwen die trouwden officieel en bij wet vastgelegd handelsonbekwaam. Handelsonbekwaam betekende dat je geen hypotheek of verzekering mocht afsluiten, niet zelfstandig op reis mocht en je loon moest inleveren bij je man. Juridisch gelijkgesteld was aan onmondigen en zwakzinnigen (dat was de officiële term toen).

 

Wij vrouwen, wij komen van ver. Nog maar een halve eeuw geleden waren we zogenaamd handelsonbekwaam. Inmiddels studeren en werken we, mengen we ons in de politiek. Maar helemaal sociaal gelijk (hoe vaak moet een fulltime werkende moeder zich verantwoorden over hoe ze haar tijd inricht en hoe ze dat doet met haar kinderen versus een fulltime werkende vader?) zijn we als werkende vrouw nog niet. Dus daarom hebben we dat steuntje in de rug nodig. En waarschijnlijk ook omdat vrouwen geleerd zijn bescheidener zijn en bij zichzelf veel eerder op de rem trappen dan mannen. Dus daarom stemde ik op een vrouw. Dat de politica in kwestie een dubbele achternaam, had vond ik dan wel weer wat onnodig traditioneel, maar ik vergeef het haar met liefde.