Waarom om niets ruziën met je partner een goed idee is

Tessa die op een witte bank zit met gekleurde kussentjes op de achtergrond met naast haar monti een lichtbruine hond
‘#^$^@! Wáár ligt die extra speen?’ Het gekibbel om niets is tegenwoordig de realiteit in ons huis.

 

Want we zijn moe. Heel moe. Baby’s die elke twee uur wakker zijn, dat is vragen om uitgeput zijn en daaruit voortvloeiend gesnauw in huis. Uiteindelijk is slaap je basis voor een beetje gezellig humeur en als de slaap ontbreekt, dan heb je een kort lontje. Zo ruziën mijn man en ik dus met enige regelmaat over verdwaalde spenen, het behang voor de babykamer dat nog niet binnen is, een pakketje voor de buren dat al een week in onze gang ligt. ‘Jij zou toch aanbellen bij 62 drie hoog?’ ‘Nee, jij. Ik ben die speen al aan het zoeken.’ Ruzie om de minst interessante dingen. Dat de koffiecups bijna op zijn en wie dat dan moet nabestellen en wie er dan thuis is om open te doen. Wie het fotoalbum voor Bodi en Daaf nu eens gaat beginnen. Dat er water in de badkamer ligt na het douchen. ‘Zit je weer op waterballet tegenwoordig?’ Dat ik het kaartje uit een nieuw shirt af knip in de keuken omdat daar nou eenmaal de schaar ligt en dat dan dat kaartje van de Zara in die keukenla ligt.

 

Toch is een beetje vitten om eigenlijk helemaal niets best goed voor je relatie. Uiteindelijk is een beetje bekvechten lekker, omdat het oplucht. Irritaties opkroppen is in the long run funest voor je liefdesleven, want dan explodeert de hele boel na een tijd. Je kunt maar beter kleine dingen uitspreken. Want juist aan die kleine dingen kan de ander met gemak werken. Ik heb bijvoorbeeld laatst een heel label van de H&M gewoon, serieus, netjes in de prullenbak in de keuken gemikt. Hij zag het. Hij observeerde het. Hij keek me aan. En lachte. Want je snapt: dit is dus een ding in ons huis.

 

Als je een grote ruzie krijgt, wordt er een heleboel naar elkaars hoofd geslingerd. Maar dan weet je niet waar je moet beginnen. Als je juist kleine irritatiepunten bespreekt, dan ben je daar wat sneller vanaf. Dat geldt voor beide kanten. Dus, schat, oude waterballerina van me: ik bel aan bij 62 twee hoog, jij plakt dat behang op de muur. Hebben we het nergens meer over.

 

Ach, de romantiek, het kan zo simpel zijn.

 

Bron: The Guardian