Waarom we op moeten houden met ‘uit de kast komen’

may-lachend met een blauw hoedje op en grote trui met witte letters

Zaterdag las ik een wonderschoon interview met Hanna Bervoets in Volkskrant Magazine. Dat laatste is sowieso mijn favoriet op de zaterdagochtend (die uitglijder met Jeroen van Koningsbrugge daargelaten), want ik huppel van de ‘eindelijk weekend’-rubriek via Eva Hoeke langs Cécile en Arno (die ik als duo, het moet gezegd, wel echt nog leuker vond dan als solist, dus alsjeblieft jongens, reanimeer die rubriek) en bij de tweede caffè latte ga ik zitten voor het grote interview.

 

Hanna Bervoets dus. En dat was om meerdere redenen een goede beslissing. Zo weet ik nu dat ze twee cavia’s heeft die een Instagram-account hebben en dat ze ook nog eens kunstjes kunnen doen. Maar daar lag de essentie niet natuurlijk. Voor mij laveerde die tussen haar chronisch ziek zijn en de acceptatie ervan en het niet-sexy-gehalte van een chronische ziekte. Zo vertelde Kluun ooit in een interview dat zijn omgeving heel lastig kon omgaan met het interbellum dat kleefde tussen het ziek worden van zijn vrouw en haar dood. Mensen willen graag genezing en als dat niet lukt, dan maar de dood. Maar dat vage grijsgebied, wat moet je ermee. Bij een chronische ziekte is dat ook zo en daarmee is het meteen al lastig romanmateriaal. Omdat het klassieke begin-midden-eind-patroon ontbreekt. Afijn. Hanna doorbrak het stilzwijgen over haar ziekte en kweet zich ook nog aan de taak daar een, ongetwijfeld weer prachtige, roman over te schrijven.

 

Het gesprek ging over ziek zijn, maar ook over het vastgrijpen en uitkleden van goede dagen. In werk én in liefde. ‘Ik had affaires met verschillende meisjes door elkaar.’ Zo voelde de interviewer zich vrij om Hanna te vragen naar haar homoseksualiteit. Want volgens vrienden had ze nooit een coming-out gehad en deed ze het ‘een beetje geniepig’. En toen kwamen de woorden waar ik al twee dagen op kauw. ‘Ik vind coming-out een moeilijke term omdat het zo self-fulfilling is. Met dat woord zeg je tegen een homoseksueel persoon: jij hebt een geheim. Het is de buitenwereld die de kast om je heen plaatst.’

 

De reden waarom ze het nu wel benoemt? Omdat het haar als vijftienjarig meisje heel erg geholpen zou helpen om een rolmodel te hebben gehad. Daarom.

 

Dat vond ik zo waar. Ooit een heteroseksueel iemand gezien die op zijn zeventiende zijn familie om de eettafel trommelt, een plechtige stilte laat vallen en dan zegt: ‘Ik moet jullie iets vertellen, ik ben heteroseksueel.’ Nou? Het gaat er om of iemand geluk vindt in de liefde. En of die iemand van hetzelfde of van het andere geslacht is, dat zie je wel.

 

Haar les indachtig zei ik toen ik het magazine dichtklapte dan ook niets over haar gay-zijn tegen mijn geliefde. Er was wel iets anders dat ik wilde delen: ‘Wist jij dat van Hanna Bervoets?’ Hij: ‘Nou, wat?’ Ik: ‘Dat ze chronisch ziek is?’ Dat was voor mij de kern van haar verhaal. En deze boodschap, die neem ik nu voor altijd mee.