category image

Als de wereld stopt met draaien

Matthijs van Nieuwkerk

Het moet ergens in september 2005 zijn geweest, de eerste keer dat ik Matthjis zag. Hij kwam de hal binnen van het Plantage-studiocomplex. Lichtblauw jekkie, spijkerbroek, sneakertjes. Zijn Holland Sport-tenue, zal ik maar zeggen. Hij liep in een rechte lijn naar het rek waar de kranten in stonden en liep, met zijn typische loopje, met het hele pakket terug. Ik was niet voor Matthijs gekomen, maar voor mijn geliefde die twee weken daarvoor ‘ik doe het’ had gezegd tegen een nieuw project voor de VARA.

Tv had hij eigenlijk adieu gewuifd. Een boek wilde hij schrijven, iets scheppen dat zou blijven. Maar toen kwam dat telefoontje. Of hij misschien een nieuw programma wilde bedenken. Er was weinig meer dan een titel en een presentator. Maar de titel was goed en de presentator, die stond nou net op zijn lijstje van mensen met wie hij ooit zou willen werken. Al had hij nog maar drie weken tot de eerste uitzending. Die live was.

De Wereld Draait Door werd een constante in ons leven. Zowel op tv (mijn lief maakte met Matthijs zijn eigen lievelingsprogramma) als privé. Elke vrijdag verzamelden we met een groep vrienden aan de bar in de studio, ik geloof zelfs dat ik een eigen fles wijn had (ik ben nogal specifiek in mijn keuzes waar het wijn betreft) en mijn lief dronk nog Stolichnaya-cola en op een gekke dag een Limoncello toe. Ik keek vanaf de kruk naar het spektakel. Aretha Franklin die de studio vulde om iedereen in de juiste stemming te krijgen, mijn geliefde die met draaiboeken en oortjes liep en het hardste klapte van iedereen om de sfeer erin te pompen, naar studio habitué Martin Bril, naar Roel van Velzen die als een Hollandse Jamie Cullum de onderwerpen van de media-uitzendingen tot een einde bracht.

Toen de redactie erachter kwam dat ik zwanger was, mijn lief had natuurlijk niets verteld, lag er op een woensdagmiddag in mei ineens een rompertje met het DWDD-logo op zijn bureau. Dat gooi ik nooit meer weg.

Twee weken voor mijn bevalling ben ik de hele stad doorgefietst. Naar Tip de Bruin voor smokingschoenen, langs The English Hatter voor een strikje. Mijn lief was te druk met de uitzending, maar ’s avonds zou hij een smoking moeten dragen. Tijd om naar de kapper te gaan, had hij niet. Sindsdien hebben we een bijgeloof ontwikkeld voor lange manen bij bijzondere gebeurtenissen.

Ik gaf de spullen af bij de studio en gleed zelf in een emperor dress van DKNY. Die paste tenminste over mijn buik. In de arena van Carré waren drie ronde banken gezet. Op elke bank zat het team van de genomineerden voor de Televizier-Ring. Behalve op die van DWDD, die was zo goed als leeg want dit team, dat moest werken.

Een tikje bezwaard schoof ik naast Karin, de vrouw van Matthijs. Iets na half negen kwamen Matthijs, Marc-Marie en man erbij. Dat Robert ten Brink de envelop opende, drie seconden stilhield en daarna zei: ‘Hé, dát is verrassend… De winnaar is… Met 47 procent van de stemmen’, gevolgd door de titel van het programma die we twee jaar daarvoor voor het eerst hadden gehoord, zal ik nooit vergeten.

Vanavond, vijftien jaar later, zien we de allerlaatste DWDD. Mijn lief wilde iets scheppen dat zou beklijven. Dat boek is er nooit gekomen, maar ik denk dat het met dit programma ook best een beetje gelukt is. En maestro Matteo, wat zullen de meisjes en ik je op doordeweekse avonden missen (‘Hé, daar is Matthijs’), maar de wereld van lunches zonder einde op een mooie zomerdag met al onze geliefden bij elkaar, die blijft draaien. Voor altijd.