category image

De naam van de baby

Het leven van Tess Hoens is geweldig, maar ook bij haar zijn er dingen die niet helemaal lopen zoals ze zich had gewenst. En daar wil ze over schrijven. Omdat er van schone schijn al genoeg is en omdat eerlijkheid helpt. Tess heeft een kinderwens, maar zwanger worden lukt nóg niet. Deze week denkt ze terug aan de naam van de baby.

We lopen Scheltema in als ik aan mijn vriend opbiecht dat ik Sanne én anderen ons goede nieuws heb verteld. Want ja, in korte tijd had ik het al met een stuk meer mensen gedeeld. Het was zo moeilijk mijn mond te houden. Ik voelde me zo trots. Vooral op mijn werk, waar iedereen weet van het traject waar we in zitten en zo begaan met me is.

‘Moet je zelf maar weten dan, ik wil het nog niet aan mijn vrienden vertellen.’ Hij weet dat ik graag wil dat hij het ook met zijn omgeving deelt zonder dat ik dat hoef uit te spreken. We stappen de roltrap op richting de tweede verdieping, waar de educatieve boeken staan. Een boek over zwangerschap. Een boek dat één verhaal vertelt en niet honderden, zoals Google. Een boek waaruit ik regels kan naleven over eten, sporten en meer dingen waar ik nu anders mee om moet gaan. De keuze is reuze en we hebben geen idee waar we moeten beginnen.

Uiteindelijk komen we uit op een dik en groot exemplaar waarin staat dat ik wél sushi mag eten. Sushi is zo’n beetje mijn lievelingseten, dus een boek naar mijn hart. Later blijkt trouwens dat het door twee Belgische vrouwen is geschreven en dat er in België dus nog een stuk minder streng (lees: neurotisch) wordt geleefd door zwangere vrouwen.

Net voordat we gaan afrekenen, pakt mijn vriend nog een kleiner boekje uit de kast. ‘10.000 jongens en meisjesnamen’. Daar zal vast iets tussen zitten.

Al vanaf dat ik kleuter ben fantaseer ik over mijn toekomstige kinderen en hoe ik ze zal noemen. Het is een afwijking, ik weet het. Hele lijsten heb ik gemaakt, allerlei fases ben ik doorgegaan. Van klassieke namen tot namen die, als ik ze nu teruglees, regelrecht van het kamp zouden kunnen komen. Buitenlandse namen en oer-Hollandse namen. De laatste paar jaren is mijn lijstje flink ingekort en ik was er zeker van dat ik de beste verzameling had. Maar nu ik zwanger ben, bekijk ik mijn lijstje en vind ik alles stom. Of in ieder geval toch zeker niet goed genoeg voor mijn nieuwe lievelingsmens.

Thuis op de bank beginnen we met de duizenden jongensnamen. Fanatiek met een potlood in mijn mond lees ik alle pagina’s hardop voor (je zou kunnen denken dat dat lastig gaat, maar in mijn enthousiasme lukt dat aardig), sommige namen moet daarbij gespeld worden. Ik begin te krassen, te onderstrepen en te bladeren, afgaand op zijn commentaar. Het zijn zoveel namen, maar er is niets waar ons hart van stopt. Waarvan we denken: ja, dit is ons kindje.

Die avond gaan we uit eten en terwijl ik de menukaart afspeur naar dingen die ik mag eten, noemt hij opeens een naam waar we het ooit al over hadden, maar die nu ineens weer boven water komt.

Ja, als we een jongetje krijgen zal hij zo heten. En mijn vriend, die is misschien nog wel meer met deze zwangerschap bezig dan ik, of hij het nou deelt met anderen of niet.

Geschreven door: Tess Hoens