category image

De verloskundige is nogal verrast

Tess Hoens

Het leven van Tess Hoens is geweldig, maar bij haar liep het zwanger worden niet zoals ze had gedacht. Omdat er van schone schijn al genoeg is en omdat eerlijkheid helpt, schrijft ze over hoe haar zwangerschap verloopt. Deze week vertelt ze over de eerste weeën.

‘Check of het vruchtwater helder is,’ klinkt het vanuit de slaapkamer terwijl ik op de wc alles eruit laat lopen zonder dat het een rotzooi wordt. Als het vruchtwater helder is, dan is er geen reden snel te moeten handelen en kun je de volgende ochtend de verloskundige bellen, zo hadden we geleerd. Maar omdat het blijft stromen bel ik toch alvast. Zou het kunnen dat de kleine te droog komt te staan? Een verloskundige die ik heel vaak in de praktijk heb gezien neemt op. Fijn! Ze vertelt dat het geen kwaad kan en dat we het beste meteen nog even kunnen gaan slapen. De bevalling zit eraan te komen, maar na het breken van de vliezen duurt het vaak nog uren, zo niet dagen voor de weeën zich aandienen. Terwijl ik ophang voel ik een zeurend gevoel in mijn onderbuik, waarschijnlijk gewoon zenuwen. Ik loop naar bed maar voel de pijn al heviger worden. Dit zullen toch niet al weeën zijn?

Ik stap onder de douche. Even kalmeren en het warme water de krampen laten verzachten. Maar het wordt steeds heviger. ‘De weeën zijn denk ik echt begonnen,’ zeg ik weifelend tegen mijn vriend omdat het nog voelt alsof ik uit mijn nek klets. We besluiten toch te gaan timen hoe vaak ze komen en hoelang ze duren met een app die dat bijhoudt. De zenuwen die ik kreeg na het breken van mijn vliezen worden minder en ik voel me stoer, hier puffend in de douche terwijl ik tussendoor nog grapjes maak. Een gevoel van ‘yeah, ik kan dit’ overheerst. Als mijn vriend in de app kijkt hoeveel tijd tussen elke wee zit blijken het slechts twee minuten te zijn. Twee minuten! Dat horen er toch nog minstens tien te zijn in dit stadium? Dit keer pakt hij de telefoon en belt hij de verloskundige weer. Die is, to say the least, nogal verrast. Ze vraagt hem of ik nog in het ziekenhuis wil bevallen. Dan wil ze ons daar nu meteen ontmoeten en geen tijd verspillen door eerst hier langs te komen. Gehaast begint hij spullen te pakken terwijl ik zo lang mogelijk onder de douche blijf staan. ‘Je vader wil ons brengen, hij is er over drie minuten,’ zegt hij. Ik stap uit de douche en trek alleen een badjas aan over mijn blote lijf, die doordat hij van zijde is telkens openvalt. Mijn vriend stelt voorzichtig voor iets verhullenders aan te trekken maar ik weiger.

Daar staan we, buiten in de zachte nacht van een hittegolf, wachtend op ons vervoer om ons te brengen naar de plek waar dit avontuur verder gaat. Waar onze zoon ter wereld zal komen. Tussen de weeën door kussen we elkaar even, stilstaand bij het bijzondere moment, in de rust van de nacht.

Er komt een auto aangesjeesd en door alle vaagheid van de pijn heen zie ik meteen aan de rijstijl dat het mijn vader is. Ik stap voorin en knijp mijn ogen dicht, het wordt steeds ondraaglijker en ik kreun, grom en brom terwijl er misselijkheid bij komt kijken. Focus! Niet spugen in de auto. We komen aan en de verloskundige staat klaar met een rolstoel waar ik mezelf in laat vallen. De grote hal is, op een beveiliger na, helemaal leeg. Terwijl ze me door de grote hal duwt, vertelt ze dat er geen kamer meer beschikbaar was met een bad. Ik wilde in bad bevallen, of er in ieder geval wat weeën in opvangen, zo had ik bedacht. Maar het kan me niets meer schelen. Ik begin uitgeput te raken en het enige waarvan ik me kan voorstellen er nog kracht voor te hebben is in een bed liggen.