category image

Haat aan de reünie

May die lachend achter haar laptop zit en opzij kijkt

Kijk, de reünie van de middelbare school vind ik om meerdere redenen fantastisch. Voor mij heeft het deels een geografische grondslag. Ik woonde in Zeeland in mijn tienertijd, maar kom daar niet vandaan en mijn ouders hebben het zuiden des lands inmiddels verruild voor het oosten, dus spontaan een oud-klasgenoot tegenkomen gebeurt me zelden. Bovendien tikte ik in die tijd nog net niet op een Husqvarna-typemachine maar Facebook en WhatsApp bestonden nog niet, dus los van een ansichtkaart links en een liefdesbrief rechts waren er weinig communicatiemiddelen. Die reünie was een feest en als hij weer komt lig ik voor de hoofdingang. De geur van het pand, het hoekje waar we bij kletsten, het muzieklokaal.

Dus ben ik helemaal antireünie? Nee. Niet helemaal. Maar voor de andere goh-weet-je-nog-bijeenkomsten hoef je me in principe niet uit te nodigen.

Waarom niet? Omdat er ongetwijfeld altijd mensen bij zitten die ik niet leuk vind. Als ik ze wel leuk had gevonden had ik het contact wel onderhouden. Omdat het tot stand komen van een reünie vaak langer duurt dan de periode die je wilt herdenken. Omdat er oeverloos gesteggeld gaat worden over de locatie en je vervolgens strenge mailtjes gaat krijgen over wie wat gaat betalen en of je dat vooraf over wilt maken.

En dan heb ik dus geen zin meer. Ik besprak het vorige week met Leco terwijl hij de schaar in mijn haar zette. Want hebben we met ons Beau Monde-clubje ook niet elk jaar een samenzijn? ‘Dat is een clubje vrienden dat ontstaan is tijdens een werkperiode,’ verbeterde de meester mij. ‘Dat is heel iets anders. Bij een reünie zou je ook de marketingmanager en de secretaresse moeten uitnodigen, en je uitgever.’

Ik dacht er even over na. Hij had gelijk. Nog een minpunt van de reünie. Altijd loert het gevaar dat je iemand vergeet te vragen.

Leco bracht mijn laatste minpunt ter sprake. Reüniëren is terugkijken en daar houden we niet van. ‘Ik vind morgen sowieso leuker dan gisteren,’ sloot hij af.

En die, die moet dus op een tegeltje.

Hoofdbeeld: May door Lidian van Megen