category image

Het Parijs van Esther Goedegebuure

Esther Goedegebuure en MAy in Parijs

Esther Goedegebuure is hoofdredacteur van JAN en in die hoedanigheid natuurlijk ‘duuzend’ keer in Parijs geweest, maar cultuurslurper als ze is komt ze er privé ook graag. In deze Parijs-themaweek deelt Esther haar herinneringen en, vooruit, ook haar tips-voor-straks-als-we-weer-mogen.

Ik denk dat jouw ouders je als jong meisje al mee het Louvre in hebben genomen, of heb ik het mis? Herinner je je eerste keer Parijs?
‘Jazeker! Mijn eerste keer Parijs, ik was tien jaar, het was tijdens de paasvakantie, een week lang, met mijn ouders en broertjes, museum in en museum uit, wat ik overigens oprecht leuk vond. Mijn ouders maakten er een sport van om met één metrokaartje met z’n tweeën door de poortjes te glippen. Daar schaamde ik me destijds natuurlijk kapot voor, maar nu vind ik het wel een geestige herinnering.’

En je eerste keer zonder ouders? Hups, interrailen en Parijs zien?
‘Die keer tijdens Interrail bestond uit niet meer dan slapen op de vieze vloer in de hal van Gard du Nord, komend met de trein vanuit Nice, wachtend op de eerste ochtendtrein naar Amsterdam, gesloopt en vies na een maand boemelen door Europa. Not so glamorous, not so romantic. Dat was het weer wél een jaar daarvoor, met mijn eerste grote liefde. Ik was net 17 en ging samen met hem op en neer met de bus (voor 40 gulden!): voor 24 uur naar Parijs. Ik zie ons nog lopen, met de armen verstrengeld over elkaar over Pont Neuf, terwijl we luisterden naar The Unforgettable Fire van U2 op de walkman. Ik knapte uit elkaar van geluk.’

Je kunt het aantal keren dat je in Parijs was vast niet meer tellen, maar er is vast een bezoek dat je niet snel zal vergeten, vertel eens…
‘Als overgangscadeautje van de basisschool naar de middelbare hebben wij met alle drie onze kinderen steeds afzonderlijk met ieder van hen een tripje naar Parijs gemaakt. Een heerlijke traditie die zich steeds volgens dezelfde vaste patronen voltrok. Met onbetwist hoogtepunt voor ieder van ons steeds een bezoek aan Sacha Finkelsztajn, een joodse traiteur in Le Marais, waar ze serieus de allerlekkerste cheesecake van de hele wereld hebben.’

Hoe ziet jouw ideale Parijs-dag er uit?
‘Mijn Parijs-bezoek begint en eindigt steevast bij Terminus Nord, zo’n authentieke Franse brasserie, met veel spiegels, obers op leeftijd, strak tafellinnen en klassieke gerechten als bouillabaisse en steak tartare. Je rolt vrijdag uit de Thalys en begint daar met een lunch (met wijn). Voor je zondag weer huiswaarts keert, sluit je op precies dezelfde manier af. Zo moet het, wat mij betreft.’

Waar slaap, eet en winkel je het liefst?
‘Via mijn schoonmoeder huren wij altijd een appartement in het 5e, niet ver van de Sorbonne en Jardin Luxembourg. Niks bijzonders maar heel betaalbaar en prettig dicht bij alles. Vlakbij is een heel authentiek buurtje: Butte-aux-Cailles, waar je voornamelijk Parijse studenten in de talloze eetcafeetjes en barretjes treft. Zo fijn no-nonsense, niks mondains aan en allesbehalve toeristisch. Winkelen doe ik heel graag in Le Marais, en – geheime tip – voor moeders met kinderen onder de tien jaar: bij Monoprix vind je zulke fantastische rokjes, truitjes en zwembroeken. Voor niks! Ik heb hier jaren lang mijn slag geslagen.’

Ben je team metro, taxi, fiets of de ouderwetse benenwagen?
‘De fiets. In het 5e zit Gepetto et Vélos, een oorspronkelijke Twentse (!) fietsenmaakster die alleen maar echt goede fietsen verhuurt zoals wij Nederlanders graag hebben (met versnellingen en licht trappend), ik doorkruis er heel Parijs mee. Fietsen is niet alleen geweldig efficiënt, het voelt toch ook zo ongelofelijk cool, fietsend door zo’n metropool!’

Wat kunnen wij leren van de Parijzenaars?‘Ik was eens in Parijs toen Musée du quai Branly (een geweldig ethonografisch museum en prestigeproject van Chirac) net geopend was. Ik had erover gelezen en wilde er per se
heen, ook al stond er een rij van een kilometer en plenste het onafgebroken. Toen de Parijzenaren zagen dat ik behoorlijk zwanger was, haalden ze me onmiddellijk uit de rij en zetten me af bij de ingang; was ik betoeterd dat ik zou wachten, vanzelfsprekend kreeg ik voorrang! Die hoffelijkheid, tsja, kom daar maar eens om in Amsterdam.’

En wat kunnen zij van ons leren?
‘Ik zou zeggen: glimlach eens wat vaker, maar ja, doen Nederlanders dat eigenlijk wel tegen toeristen (of tegen elkaar)?’

Ben je een linker- of een rechteroevervrouw?
‘Kiezen? Niks daarvan.’

Wat zijn Parijse vrouwen aan wie je je graag laaft?
‘Ze is geen originele Parisienne maar Carla Bruni has it all wat mij betreft: ze is zwoel, cool en een tikkie ruig. Naar ‘Quelqu’un m’a dit‘ kan ik blijven luisteren.’

Mooiste plein van Parijs:
‘Place des Vosges, om ‘s zomers in het gras te gaan liggen.’

Ooit eens stappen met wie in Parijs: 
‘Ooh, May, deze weet ik niet, hoor.’

Met pek en veren Parijs uit:
‘En deze ook niet.’

Favoriete restaurant:
‘Hôtel du Nord, vlak bij het Canal Saint-Martin, waar op mooie zomeravonden de mensen aan de kade met een fles wijn gaan zitten met de benen over de rand bungelend, zo gezellig.’

Nooit meer doen in Parijs:
‘Een taxi nemen aan het einde van de dag: je komt geen stap vooruit.’

Standaard mee als souvenir:
‘Een stuk cheesecake van Finkelszstajn.’

Verplichte kost als je in Parijs bent:
‘Musée Marmottan Monet, in het 16e, heeft een mooie collectie impressionisten, is niet zo’n toeristische trekpleister maar wel heel charmant.’

Mooiste herinnering aan Parijs:
‘Een lievelingsherinnering is aan die keer dat May en ik op uitnodiging van Hermès in Parijs waren. In het Trocadéro werden we getrakteerd op een exclusief diner annex show annex balletvoorstelling, maar het leukst was the morning after, toen we samen gingen hardlopen, langs de Seine en de Tuileries.’

Dit mis ik als ik er niet ben:
‘De dynamiek, de schoonheid, de elegantie, het monumentale, die compleet andere wereld en dat slechts op een steenworp afstand van huis.’