category image

Het Parijs van Mara Grimm

Het Parijs van Mara Grimm

Mara Grimm is om meerdere redenen te benijden. Om haar collectie vintage Hermès bijvoorbeeld, omdat ze ongetwijfeld in de lijst favorieten van Sergio Herman staat (ze schrijft zijn boeken, vandaar) en omdat ze een pied-à-terre in Parijs heeft. Sterker, ze is net terug. In het kader van onze Parijs-week is ze dus dé persoon om jou wat fijne Parijs-inspiratie en tips-voor-straks in te fluisteren.

Bij jou heb ik het vermoeden dat je in Parijs was voor je er weet van had. Je bent vast al als baby door je moeder met de Parijse smaak en stijl overgoten. Herinner je je eerste keer?
‘Mijn moeder nam me inderdaad al regelmatig mee naar Parijs voor ik überhaupt kon lopen. Ze liet me het klassieke Parijs zien; we dronken koffie bij La Palette in de Rue de Seine, winkelden in Le Bon Marché en kochten opschrijfboekjes bij Gibert Joseph op de Boulevard Saint-Michel. Mijn eerste herinnering is een diner bij Bofinger, lange tijd een van dé brasseries van de stad. De enorme plateaus fruits de mer, het flamberen van de crêpes Suzette, de bloedserieuze obers… Ik vond het pure magie.’

Je hebt er nu een tweede huis. Wanneer dacht je: ik ga het gewoon doen?
‘Vier jaar geleden. Ik droomde altijd van een huis in Parijs en was opeens bang dat het bij een eeuwige fantasie zou blijven. Ik kon tijdelijk een appartement huren in het 9e, om de hoek bij Hôtel Amour. Al na twee dagen wist ik dat ik er nooit meer weg wilde. Vanaf dat moment ben ik elke dag langs minstens tien makelaars gegaan om een vaste plek te zoeken. Het was een even hilarische als vermoeiende zoektocht, maar binnen een jaar had ik mijn droomhuis: een zolder in Pigalle met uitzicht over de Parijse daken.’

Even in de categorie jaloers maken: hoe vaak ben je in Parijs?
‘Om de week, meestal een week.  Ik heb een abonnement op de Thalys, dat maakt het op en neer reizen bijna net zo gewoon als de tram pakken. Wat ook helpt: ik woon op loopafstand van Gare du Nord, dus ik ga ook wel eens in één dag op en neer.’

En omdat wij er voorlopig even niet naartoe kunnen maar in gedachten wel mee kunnen vliegen, kun je ons meenemen in een gemiddeld dagje Mara Grimm in Parijs? Hoe ziet dat eruit?
‘De eerste uren van de dag breng ik thuis schrijvend door; als ik ’s ochtends niet meteen begin, krijg ik de hele dag niets op papier. Ik werk tot lunchtijd. Lunchen doe ik net als bijna iedereen in Parijs meestal buiten de deur. Soms in gezelschap, maar nog liever alleen. Notitieboek mee, glas wijn erbij, gelukkiger krijg je me niet. Daarna wandel ik door de stad, elke dag wel minstens een paar uur, meestal op weg naar een nieuwe patissier of een ander adres waar ik over gelezen heb. Rond een uur of zes doe ik mijn boodschappen op de Rue des Martyrs of op de markt op Place d’Anvers. Er zijn zoveel mooie producten te koop dat het bijna zonde is om niet elke avond thuis te koken. Maar ja…’

Mooiste brug van Parijs:
‘Cliché, maar ik kies voor de Pont Alexandre III. Los van alle grandioze details komt hij uit op misschien wel het mooiste gebouw van de stad: het Grand Palais. De tentoonstellingen zijn er altijd fanatisch ingericht en in de winter kun je er schaatsen op de grootste schaatsbaan van de wereld.’

Ooit eens stappen met wie in Parijs:
‘Ik had graag willen dineren met Christian Dior. Behalve een geniale ontwerper was hij ook een echte gourmand: hij was een van de laatste Parijzenaren die nog een privéchef in dienst had.’

Met pek en veren Parijs uit:
‘De crises. Parijs heeft het de afgelopen twee jaar behoorlijk voor zijn kiezen gekregen. Voor de coronacrisis was er een maandenlange OV-staking, en daar weer voor waren er eindeloze ongeregeldheden door de gele hesjes. Daarnaast zijn de lockdowns veel heftiger dan in Nederland: op dit moment mag je maar een uur per dag naar buiten.  De stad lijdt daar enorm onder. De gastronomie ook: zeker dertig procent van de restaurants haalt het einde van het jaar waarschijnlijk niet. Parijs verdient een zorgeloos jaar.’

Favoriete plek voor fruits de mer:
‘Clamato in Rue de Charonne. Het 11e arrondissement is sowieso een goede plek als je van eten houdt. Een paar tips: Le Servan, Mokoloco, Maison Sota Atsumi en natuurlijk Septime.’

Standaard mee als souvenir:
‘Boter! De gezouten boter van Pascal Beillevaire is favoriet. Ook bijzonder: de boter met frambozen van Bordier – alleen verkrijgbaar in de zomer.’

Verplichte kost als je in Parijs bent:
‘Het nieuwe Parijs ontdekken. Parijs is zoveel meer dan Saint-Germain en Le Marais. Het leukste zijn het 10e, 11e en 19e arrondissement. En het 9e natuurlijk, vooral Pigalle en Trudaine.’

Mooiste herinnering aan Parijs:
‘Afgelopen zomer – de periode tussen de twee lockdowns in – was magisch.  Restaurants mochten tijdelijk hun terrassen uitbreiden en toverden parkeerplaatsen om tot openluchtrestaurants. Overal zaten mensen te eten en te drinken. Extra fijn: er waren geen toeristen waardoor je eindeloos door lege musea kon dwalen. Het Louvre bijna helemaal voor jezelf: een grotere luxe is er niet.’

Dit mis ik als ik er niet ben:
‘De bakker op de hoek, de kaaswinkel verderop in de straat, het buurtrestaurant waar ik elke week eet, maar vooral: de eindeloze schoonheid.’