category image

“Ik stel mijn vriend de vragen die hij liever niet wil beantwoorden”

Column Tess Hoens

Het leven van Tess Hoens is geweldig, maar ook bij haar zijn er dingen die niet helemaal lopen zoals ze zich had gewenst. En daar wil ze over schrijven. Omdat er van schone schijn al genoeg is en omdat eerlijkheid helpt. Tess heeft een kinderwens, maar zwanger worden lukt nóg niet. Deze week denkt ze terug aan toen ze het haar vriend wel móest vragen.

‘Het is september 2019 en bijna twee jaar sinds we besloten voor een kindje te gaan. Waar ik het eerste jaar, met hier en daar een uitzonderingsmoment, sowieso nog redelijk relaxt was werd dat met de tijd wat minder. Steeds vaker greep het me naar de keel dat het misschien wel nooit zou lukken en stelde ik mijn vriend vragen over hoe we het dan op gingen lossen. ‘Wil je dan adopteren? Of toch een draagmoeder met jouw sperma?’ vroeg ik hem. Vragen waar hij het liefst nog geen antwoord op gaf omdat hij er altijd in geloofde. Soms gaf hij wel antwoord, dan vertelde hij dat hij zou kiezen voor hetgeen waar ik me het prettigst bij zou voelen. En dat wat er ook gebeurde dat ik altijd de liefste en beste moeder voor ons kindje zou zijn. Op die momenten hield ik nog meer van hem dan normaal.

Maar nu, nu ben ik op een punt gekomen waarop mijn emoties wat zijn afgevlakt. Ik denk dat het uit zelfbescherming is. Ik ben niet bang meer, denk zelfs steeds vaker aan een leven zonder kinderen en dat ik dan altijd alle dingen kan blijven doen die ik zelf wil. En dat daar misschien ook wat voor te zeggen is. Ik weet dat ik tegen mezelf lieg, dat ik mezelf voor de gek houd met het idee dat ik dat ook oké zou vinden, maar het houdt me wel rustig. Ik word alleen wat zuurder. Ik doe mijn best het tegen te gaan maar het lukt niet. Ik begin geïrriteerd te raken door vragen die vriendinnen stellen. Ze begrijpen het niet. Ik begin geïrriteerd te raken door verhalen die mijn moeder vertelt over iemand die óók moeite heeft met zwanger worden. Ik ken diegene niet en ik vind alleen mezelf zielig. En het blije, vertederde gevoel dat ik vroeger kreeg bij het zien van zwangere vrouwen heeft plaats gemaakt voor een bittere jaloezie.

Ik herken mezelf niet meer en haat het dat ik zo’n misgunner geworden ben. Het enige waar ik nog steeds wél heel blij van word is van het zien van kindjes. Ik voel dat mijn mond dan een glimlach maakt en op die momenten weet ik dat ik nooit genoegen ga nemen met het niet hebben van een gezin in mijn leven. Ik hou van kinderen.’